<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2015:893</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T15:13:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-04-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-04-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/02982</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2015:381" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:381</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJB 2015/761</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2015/533</rdf:li>
          <rdf:li>SR-Updates.nl 2015-0184</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2015:893">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2015:893</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-04-08T11:51:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2015:893 Hoge Raad , 07-04-2015 / 13/02982</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2015:893:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Antilliaanse zaak. 1. OM-cassatie. Advocaat-Generaal bij het Hof wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep, nu door deze niet binnen de in art. 437.1 Sv genoemde termijn een schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend. 2. Cassatieberoep verdachte. Slagende bewijsklacht “feitelijk leiding geven”.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2015:893:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>7 april 2015</para>
    <para>Strafkamer</para>
    <para>nr. S 13/02982 A</para>
    <para>AJ/SG</para>
    <para />
    <para> </para>
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para> </para>
    <para />
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">Arrest</emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para />
      <para>op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, van 28 november 2012, nummer </para>
      <para>H 006/2011, in de strafzaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="underline">
        [verdachte]
      </emphasis>, geboren in Aruba op [geboortedatum] 1963. </para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Geding in cassatie <?linebreak?></title>
    <parablock>
      <para>	Allereerst is beroep ingesteld door de Advocaat-Generaal bij het Hof. Deze heeft een schriftuur ingediend, die echter eerst na afloop van de bij de wet gestelde termijn bij de griffie van de Hoge Raad is ingekomen.</para>
      <para>Voorts is beroep, dat kennelijk niet is gericht tegen de vrijspraak van het onder 1 tenlastegelegde, ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. C.W. Noorduyn, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>	De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van zowel de verdachte als het Openbaar Ministerie in het beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.	Beoordeling van de ontvankelijkheid van het door de Advocaat-Generaal bij het Hof ingestelde beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	Nu de Advocaat-Generaal bij het Hof niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft ingediend, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, zodat deze in het beroep niet kan worden ontvangen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling van het eerste namens de verdachte voorgestelde middel</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Het middel klaagt over de motivering van de bewezenverklaring.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.2.1.</nr>
        <parablock>
          <para>Ten laste van de verdachte is onder 2 bewezenverklaard dat:</para>
          <para>"[medeverdachte 3] als degene die beroeps- of bedrijfsmatig een financiële dienst verleent (als bedoeld in artikel 1 van de Landsverordening melding ongebruikelijke transacties), in of omstreeks de periode van 1 juni 2006 tot en met 21 juli 2006, heeft nagelaten verrichte ongebruikelijke transacties (als bedoeld in artikel 1 van de Landsverordening melding ongebruikelijke transacties) onverwijld te melden aan het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties (als bedoeld in artikel 1 van de Landsverordening melding ongebruikelijke transacties), immers heeft [medeverdachte 3] nagelaten een aantal contante stortingen te hare kantore te melden aan voornoemd Meldpunt, het betreft de volgende stortingen:</para>
          <para>- een bedrag van US$ 15.000,- (t.n.v. [A])</para>
          <para>- een bedrag van US$ 9.000,- (t.n.v. [A])</para>
          <para>- een bedrag van US$ 9.000,- (t.n.v. [A])</para>
          <para>- een bedrag van US$ 9.000,- (t.n.v. [A])</para>
          <para>- een bedrag van US$ 9.000,- (t.n.v. [A])</para>
          <para>- een bedrag van US$ 9.000,- (t.n.v. [A])</para>
          <para>- een bedrag van US$ 9.000,- (t.n.v. [A])</para>
          <para>- een bedrag van US$ 8.700,- (t.n.v. [A])</para>
          <para>- een bedrag van US$ 9.000,- (t.n.v. [A])</para>
          <para>- een bedrag van US$ 8.000,- (t.n.v. [A])</para>
          <para>- een bedrag van US$ 7.000,- (t.n.v. [A])</para>
          <para>- een bedrag van US$ 9.000,- (t.n.v. [A])</para>
          <para>- een bedrag van US$ 18.000,- (t.n.v. [A])</para>
          <para>- een bedrag van US$ 15.000,- (t.n.v. [A])</para>
          <para>aan welke verboden gedraging zij, verdachte, (telkens) feitelijk leiding heeft gegeven."</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.2.2.</nr>
        <parablock>
          <para>Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:</para>
          <para>1. Een geschrift, te weten een uitdraai uit de administratie van [medeverdachte 3] van het programma Account QuickReport, dat onder meer het volgende inhoudt:</para>
          <para>CLIENTS</para>
          <para>
            [A]	 		Amount 		Balance</para>
          <para>6/2/2006		Deposit		15.000,00		32.500,07</para>
          <para>6/8/2006		Cash Deposit	9.000,00		41.500,07</para>
          <para>6/8/2006		Cash Deposit	9.000,00		50.500,07</para>
          <para>6/8/2006		Cash Deposit	9.000,00		59.000,07</para>
          <para>6/16/2006		Cash Deposit	9.000,00		68.460,07</para>
          <para>6/16/2006		Cash Deposit	9.000,00		77.460,07</para>
          <para>6/16/2006		Cash Deposit	9.000,00		86.460,07</para>
          <para>6/16/2006		Cash Deposit	8.700,00		95.160,07</para>
          <para>6/20/2006		Cash Deposit	9.000,00		104.160,07</para>
          <para>6/27/2006		Cash Deposit	9.000,00		116.160,07</para>
          <para>6/27/2006		Cash Deposit	8.000,00		124.160,07</para>
          <para>6/27/2006		Cash Deposit	7.000,00		131.160,07</para>
          <para>7/5/2006		Cash 		18.000,00		158.160,07</para>
          <para>7/21/2006		Cash 		15.000,00		173.160,07</para>
          <para>2. Het door de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal (.200801081400.VER), gesloten en getekend op 8 januari 2008, inhoudende als verklaring van de verdachte [medeverdachte 2], kort samengevat en zakelijk weergegeven:</para>
          <para>Vanaf mei 2004 tot heden ben ik weer directeur van [medeverdachte 3]. Tot de directie van [medeverdachte 3] behoren ook nog [medeverdachte] en mijn zus [betrokkene 1]. We hebben geen gescheiden verantwoordelijkheid binnen het bedrijf; we zijn alle drie gelijkelijk bevoegd.</para>
          <para>VV: Vraag verbalisanten.</para>
          <para>AV: Antwoord verdachte.</para>
          <para>VV: Bent u het met ons eens dat u, [medeverdachte 3], een financiële dienst verleent als u gelden contant van cliënten in ontvangst neemt.</para>
          <para>AV: Ja, dat klopt.</para>
          <para>VV: Waarom heeft u, voor wat betreft de periode omstreeks juni 2006, de reeks van stortingen van </para>
          <para>9.000 Dollar door [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3], niet aan MOT gemeld.</para>
          <para>AV: Dat hoeft niet want wij kennen [betrokkene 2] en [betrokkene 3].</para>
          <para>3. Het door de verbalisanten [verbalisant 1] en </para>
          <para>
            [verbalisant 2] in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, gesloten en getekend op 25 juni 2007, inhoudende als verklaring van de verdachte </para>
          <para>
            [medeverdachte], kort samengevat en zakelijk weergegeven:</para>
          <para>VV: Waar ging het geld dan heen dat contant door </para>
          <para>
            [betrokkene 2] of [betrokkene 3] werd gestort?</para>
          <para>AV: Dit geld werd gestort op de bankrekening van </para>
          <para>
            [medeverdachte 3] Escrow Ltd. ten behoeve van [A]. Daarna werd het geld in opdracht van [betrokkene 2] door [medeverdachte 3] in een time deposit gestort waarna het na een bepaalde tijd met rente vrij kwam."</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.2.3.</nr>
        <parablock>
          <para>Het Hof heeft ten aanzien van de bewezenverklaring voorts het volgende overwogen:</para>
          <para>"Op grond van de Beschikking indicatoren ongebruikelijke transacties inzake fiduciaire diensten met bijlage, in verbinding met artikel 11 van de Landsverordening melding ongebruikelijke transacties, hadden [medeverdachte 3] en haar directeuren alle contante transacties met [betrokkene 2] en [betrokkene 3] ten behoeve van [A] die de tegenwaarde van NAF. 10.000,- in Amerikaanse dollars te boven gingen, onverwijld moeten melden."</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Aangezien de bewezenverklaring, voor zover inhoudende "aan welke verboden gedraging zij, verdachte, (telkens) feitelijk leiding heeft gegeven" niet zonder meer kan worden afgeleid uit 's Hofs bewijsvoering, is de bestreden uitspraak niet naar de eis der wet met redenen omkleed.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Het middel is terecht voorgesteld.</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">4.	Slotsom</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het vorenoverwogene volgt dat als volgt moet worden beslist en de overige middelen geen bespreking behoeven.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>verklaart de Advocaat-Generaal bij het Hof niet-ontvankelijk in het beroep;</para>
      <para>vernietigt de bestreden uitspraak, voor zover aan zijn oordeel onderworpen; </para>
      <para>wijst de zaak terug naar het Gemeenschappelijk Hof van Justitie teneinde de zaak wat betreft het onder 2 tenlastegelegde op het bestaande hoger beroep opnieuw te berechten en af te doen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren N. Jörg en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van <emphasis role="underline">7 april 2015</emphasis>. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>