<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2015:3499</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T04:47:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-12-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-12-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">14/03988</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2015:2367" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:2367</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001903">Wetboek van Strafvordering</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001903&amp;artikel=94a">Wetboek van Strafvordering 94a</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001903&amp;artikel=552a">Wetboek van Strafvordering 552a</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2016/83</rdf:li>
          <rdf:li>SR-Updates.nl 2015-0583</rdf:li>
          <rdf:li>NbSr 2016/20</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2015:3499">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2015:3499</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-12-08T16:44:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-12-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2015:3499 Hoge Raad , 08-12-2015 / 14/03988</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2015:3499:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Art. 94 Sv.  Art. 552a Sv. Conservatoir beslag. Beslag op de voet van 94a lid 1 of lid 2 Sv?  Bevoegdheid Rb / Hof.  Redelijke wetstoepassing brengt mee dat, indien het gerecht waarbij een klaagschrift  a.b.i. art. 552a Sv is ingediend constateert dat het niet bevoegd is tot afdoening daarvan, dit gerecht bepaalt dat de griffier de stukken zal zenden naar het bevoegde gerecht. De HR doet wat de Rb had behoren te doen en zendt de stukken ter verdere behandeling en afdoening van het klaagschrift naar het Gerechtshof Den Haag.  Opmerking verdient dat de Rb in het midden heeft gelaten of het conservatoir beslag is gelegd op de voet van art. 94a lid 1 Sv, dan wel op de voet van lid 2, dan wel op beide. Indien het Hof vaststelt dat het beslag (mede) op de voet van art. 94a lid 2 Sv is gelegd, kan het Hof het klaagschrift (ook in zoverre) zelf behandelen en afdoen, tenzij de klager of de AG verlangen dat de stukken ter verdere behandeling en afdoening van het klaagschrift (in zoverre) zullen worden gezonden naar de Rb, als de bevoegde instantie ten aanzien van een op de voet van art. 94a lid 2 Sv gelegd beslag.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2015:3499:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>8 december 2015</para>
    <para>Strafkamer</para>
    <para>nr. S 14/03988 B</para>
    <para>ARA/DAZ</para>
    <para> </para>
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">Beschikking</emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para />
      <para>op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Rotterdam van 22 juli 2014, nummer RK 14/917, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:</para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="underline">
        [klager]
      </emphasis>, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1944. </para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De bestreden beschikking</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Rechtbank Rotterdam heeft zich onbevoegd verklaard kennis te nemen van het klaagschrift. Zij heeft daartoe het volgende overwogen:</para>
      <para>"De rechtbank acht zich onbevoegd van het onderhavige klaagschrift kennis te nemen, nu er op dit moment geen enkele zaak - ook geen ontnemingszaak - tegen klager bij dit gerecht aanhangig is, terwijl de strafzaak tegen klager als verdachte inmiddels aanhangig is bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. De rechtbank heeft hierbij in aanmerking genomen dat een conservatoir beslag ex artikel 94a van het Wetboek van Strafvordering ook kan dienen tot verhaal ter zake van een eventueel in de hoofdzaak tegen klager als verdachte op te leggen geldboete."</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Geding in cassatie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft mr. Th.J. Kelder, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>	De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling van het ingestelde beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Het eerste middel klaagt over het oordeel van de Rechtbank dat zij onbevoegd is kennis te nemen van het klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv. Het tweede middel klaagt dat de Rechtbank heeft verzuimd te bepalen dat het klaagschrift ter behandeling en afdoening van het beklag zal worden doorgezonden naar het Hof Den Haag.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Redelijke wetstoepassing brengt mee dat, indien het gerecht waarbij een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv is ingediend constateert dat het niet bevoegd is tot afdoening daarvan, dit gerecht bepaalt dat de griffier de stukken zal zenden naar het bevoegde gerecht (vgl. HR 23 november 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC9284, NJ 1994/263). De Hoge Raad zal daarom, gelet op de vaststelling van de Rechtbank dat "de strafzaak tegen klager als verdachte inmiddels aanhangig is bij het gerechtshof te 's-Gravenhage", doen wat de Rechtbank had behoren te doen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Opmerking verdient dat de Rechtbank in het midden heeft gelaten of het conservatoir beslag is gelegd op de voet van het eerste dan wel het tweede lid van art. 94a Sv, dan wel op beide.</para>
        <para>Indien het Hof vaststelt dat het beslag (mede) op de voet van het tweede lid van art. 94a Sv is gelegd, kan het Hof het klaagschrift (ook in zoverre) zelf behandelen en afdoen tenzij de klager of de Advocaat-Generaal verlangen dat de stukken ter verdere behandeling en afdoening van het klaagschrift (in zoverre) zullen worden gezonden naar de Rechtbank, als - kort gezegd - de ingevolge art. 552a, vierde lid, Sv bevoegde instantie ten aanzien van een op de voet van het tweede lid van art. 94a Sv gelegd beslag.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>bepaalt dat de stukken ter verdere behandeling en afdoening van het klaagschrift zullen worden gezonden naar het Gerechtshof Den Haag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	Deze beschikking is gegeven door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en E.F. Faase, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van <emphasis role="underline">8 december 2015</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>