<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2015:3193</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-14T10:04:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-10-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-10-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">14/04901</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#artikel81ROzaken">Artikel 81 RO-zaken</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2015:1881" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#gevolgd">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:1881, Gevolgd</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2014:1718" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2014:1718, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001840">Grondwet</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001840&amp;artikel=11">Grondwet 11</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005290">Burgerlijk Wetboek Boek 7</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005290&amp;artikel=677">Burgerlijk Wetboek Boek 7 677</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR 2015/2061</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2015/359</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2015/1179</rdf:li>
          <rdf:li>Prg. 2015/318</rdf:li>
          <rdf:li>AR 2015/2686</rdf:li>
          <rdf:li>AR 2016/412</rdf:li>
          <rdf:li>JIN 2016/1 met annotatie van M.A. Huisman</rdf:li>
          <rdf:li>JAR 2015/298</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2015-1069 met annotatie van W.L. Roozendaal</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2015:3193">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2015:3193</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-10-30T08:51:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-10-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2015:3193 Hoge Raad , 30-10-2015 / 14/04901</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2015:3193:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Ontslag op staande voet. Werknemer weigert medewerking aan bloedtest; beroep op bescherming persoonlijke levenssfeer en onaantastbaarheid van het menselijk lichaam. Belangenafweging. Art. 11 Gw, art. 8 EVRM.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2015:3193:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>30 oktober 2015</para>
    <para>Eerste Kamer</para>
    <para>14/04901</para>
    <para>RM/AS</para>
    <para />
    <para> </para>
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <para> </para>
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [eiser] ,<?linebreak?>wonende te [woonplaats] , Duitsland,</para>
      <para>EISER tot cassatie,</para>
      <para>advocaat: mr. J.P. Heering,</para>
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>t e g e n</para>
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>RIDDERIKHOFF BRANDPREVENTIE &amp; SAFETY B.V., thans genaamd G4S Fire &amp; Safety B.V.,<?linebreak?>gevestigd te Barendrecht,</para>
      <para>VERWEERSTER in cassatie,</para>
      <para>advocaat: mr. S.F. Sagel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en G4S.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in feitelijke instanties</title>
    <para>Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: </para>
    <para>a.	de vonnissen in de zaak 347294 CV EXPL 09/3677 van de kantonrechter te Sittard-Geleen van 3 maart 2010, 15 september 2010 en 24 augustus 2011;</para>
    <para>b.	het arrest in de zaak HD 200.098.577/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 10 juni 2014. </para>
    <para>	Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in cassatie</title>
    <parablock>
      <para>	Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>	G4S heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.</para>
      <para>De zaak is voor G4S toegelicht door haar advocaat.</para>
      <para>	De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.</para>
      <para>	De advocaat van [eiser] en mr. Den Dekker hebben bij brief van 25 september 2015 op die conclusie gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling van het middel</title>
    <para>	De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>	De Hoge Raad:</para>
      <para>	verwerpt het beroep;</para>
      <para>	veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van G4S begroot op € 841,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter, en de raadsheren C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, G. de Groot en V. van den Brink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op <emphasis role="underline">30 oktober 2015</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>