<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2014:864</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T21:26:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-04-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-04-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">12/05015</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2014:265" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:265</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2014/613</rdf:li>
          <rdf:li>SR-Updates.nl 2014-0168</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2014:864">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2014:864</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-04-09T09:25:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-04-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2014:864 Hoge Raad , 08-04-2014 / 12/05015</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2014:864:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beklag, beslag. Art. 94 Sv, art. 552a Sv. Gelet op de vaststelling van de Rb dat door het OM opdracht is gegeven de kappenset en de buddyseat te demonteren en terug te geven aan aangever, is het oordeel van de Rb dat “hetgeen van de zijde van het OM is aangevoerd [de conclusie] rechtvaardigt (…) dat het belang van strafvordering zich i.c. verzet tegen teruggave” onbegrijpelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2014:864:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>8 april 2014</para>
    <para>Strafkamer</para>
    <para>nr. 12/05015 B</para>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">Beschikking</emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para />
      <para>op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te Utrecht van 28 augustus 2012<emphasis role="bold">,</emphasis> nummer RK 12/891<emphasis role="bold">, </emphasis>op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:</para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="underline">
        [klager]
      </emphasis>, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992. </para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Geding in cassatie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft mr. B.P. de Boer, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>	De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot zodanige beslissing met betrekking tot verwijzing of terugwijzing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling van het middel</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het middel klaagt over de motivering van de  beslissing van de Rechtbank tot ongegrondverklaring van het klaagschrift voor zover het betreft de 'kappen(set)' en de 'buddyseat'. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De bestreden beschikking houdt het volgende in:</para>
        <para>"De rechtbank gaat bij de beoordeling van het onderhavige beklag uit van de navolgende feiten en omstandigheden:</para>
        <para>1. onder klager is op 18 april 2012 in beslag genomen: bromfiets (Piaggio C25, kenteken: [AA-00-BB]);</para>
        <para>2. klager heeft geen afstand gedaan van hetgeen in beslag is genomen;</para>
        <para>3. klager wordt verdacht van - kort gezegd - diefstal;</para>
        <para>4. door de namens de hoofdofficier gemandateerde [betrokkene 1] van het parket Utrecht is op 8 mei 2012 opdracht gegeven het motorblok, de kappenset en de buddyseat te demonteren en terug te geven aan de aangever Ramkhelawan. De bromfiets zal worden teruggegeven aan de tenaamgestelde van het kenteken [AA-00-BB], te weten klager.</para>
        <para>De raadsman verklaart dat de bromfiets, op de mogelijk van diefstal afkomstige onderdelen na, terug is naar klager. De raadsman trekt het verzoekschrift in voor zover dit betrekking heeft op het motorblok maar handhaaft het klaagschrift voor zover dit betrekking heeft op de kappen en de buddyseat van de bromfiets.</para>
        <para>Overwegingen</para>
        <para>Maatstaf bij de beoordeling van het onderhavige klaagschrift is of het belang van strafvordering zich verzet tegen teruggave van hetgeen bij klager in beslag is genomen. Nu beslag is gelegd op de voet van artikel 94 Sv is daarbij in dit geval van belang of het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, het voorwerp zal verbeurd verklaren.</para>
        <para>De officier heeft zich verzet tegen teruggave aan klager en daartoe aangevoerd dat niet uitgesloten kan worden dat de goederen van diefstal afkomstig zijn en nog niet is vast te stellen of klager schuldheling verweten kan worden.</para>
        <para>Hetgeen van de zijde van het openbaar ministerie is aangevoerd rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank de conclusie dat het belang van strafvordering zich in dit geval verzet tegen de teruggave van de kappenset en de buddyseat aan klager. Immers, is niet uit te sluiten dat de goederen afkomstig zijn van diefstal, waardoor niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de rechter, later oordelend, hetgeen in beslag is genomen zal verbeurd verklaren.</para>
        <para>Het klaagschrift zal derhalve ongegrond worden verklaard."</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De Rechtbank heeft vastgesteld dat door het Openbaar Ministerie op 8 mei 2012 opdracht is gegeven de kappenset en de buddyseat te demonteren en terug te geven aan de aangever [betrokkene 2]. Gelet daarop is onbegrijpelijk het oordeel van de Rechtbank dat "hetgeen van de zijde van het openbaar ministerie is aangevoerd [de conclusie] rechtvaardigt (...) dat het belang van strafvordering zich in dit geval verzet tegen de teruggave". Het middel slaagt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>	vernietigt de bestreden beschikking;</para>
      <para>	wijst de zaak terug naar de Rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, opdat de zaak op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van <emphasis role="underline">8 april 2014</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>