<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2014:63</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T20:01:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-01-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-01-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">12/03263</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2013:2268" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#gevolgd">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:2268, Gevolgd</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2014/220</rdf:li>
          <rdf:li>SR-Updates.nl 2014-0021</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2014:63">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2014:63</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-01-14T14:52:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-01-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2014:63 Hoge Raad , 14-01-2014 / 12/03263</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2014:63:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Overschrijding redelijke termijn. ’s Hofs oordeel dat geen sprake is van overschrijding van de redelijke termijn in e.a. is niet begrijpelijk, in aanmerking genomen dat verdachte op 26 juli 2006 in verzekering is gesteld en tussen die datum en 16 september 2009 (datum vonnis), meer dan drie jaren zijn verstreken. Daarvan uitgaande, is ’s Hofs oordeel dat gelet op de totale duur van de procedure in twee instanties en de geringe overschrijding van de redelijke termijn in de fase van h.b. tussen de datum waarop de Rb. vonnis heeft gewezen en 20 oktober 2011 (datum arrest), geen grond bestaat voor strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn in beide instanties evenmin begrijpelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2014:63:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>14 januari 2014</para>
    <para>Strafkamer</para>
    <para>nr. 12/03263</para>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">Arrest</emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para />
      <para>op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 20 oktober 2011, nummer 23/004873-09, in de strafzaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="underline">
        [verdachte]
      </emphasis>, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1956.</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Geding in cassatie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. O.O. van der Lee, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. </para>
      <para>De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft het aantal uren te verrichten werkstraf en de duur van de vervangende hechtenis, tot vermindering van de hoogte daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.</para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">2.	Beoordeling van het eerste middel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling van het tweede middel</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Het middel klaagt over het oordeel van het Hof dat in de onderhavige zaak geen sprake is van overschrijding van de redelijke termijn.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 6 oktober 2011 heeft de raadsman aldaar het woord gevoerd overeenkomstig de aan het proces-verbaal gehechte pleitnota. Deze pleitnota houdt in:</para>
        <para>"Schending van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM. De redelijke termijn is op 26 juni 2006 gaan lopen, toen [verdachte] als verdachte werd gehoord. </para>
        <para>De rechtbank heeft eerst 16 september 2009 uitspraak gedaan en de duur van de totale procedure bedraagt thans meer dan vijf jaar en 3 maanden."</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Het bestreden arrest houdt - voor zover hier van belang - in:</para>
        <para>"Op het moment dat vanwege de Nederlandse Staat jegens de betrokkene een handeling wordt verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld, begint de redelijke termijn te lopen. </para>
        <para>Als begindatum voor de redelijke termijn wordt in het onderhavige geval daarom niet gerekend de datum van zijn eerste verhoor, nu verdachte toen die verwachting niet kon hebben, maar uitgegaan van de datum dat de verdachte een dagvaarding heeft ontvangen. Op 5 december 2008 is de dagvaarding voor de terechtzitting in eerste aanleg aan de griffie van de rechtbank betekend en aan de verdachte per brief verzonden.</para>
        <para>Het vonnis van de rechtbank Amsterdam dateert van 16 september 2009 en het onderhavige arrest wordt gewezen op 20 oktober 2011. De procedure in hoger beroep heeft iets langer geduurd dan wat als een redelijke termijn kan worden beschouwd. Dit is echter mede te wijten aan het op verzoek van de verdediging verrichten van nader onderzoek. Gelet op de totale duur van de procedure in twee instanties: minder dan 3 jaar, en de geringe overschrijding in de fase van het hoger beroep, ziet het hof geen grond voor strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn."</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Het oordeel van het Hof dat geen sprake is van overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg - welk oordeel erop berust dat voor het moment waarop die termijn in dit geval een aanvang neemt, moet worden uitgegaan van de datum waarop de inleidende dagvaarding is betekend - is niet begrijpelijk, in aanmerking genomen dat de verdachte op 26 juni 2006 in verzekering is gesteld en tussen die datum en 16 september 2009, zijnde de datum waarop de Rechtbank vonnis heeft gewezen, meer dan drie jaren zijn verstreken. Daarvan uitgaande, is het oordeel van het Hof dat gelet op de totale duur van de procedure in twee instanties en de geringe overschrijding van de redelijke termijn in de fase van hoger beroep tussen de datum waarop de Rechtbank vonnis heeft gewezen en 20 oktober 2011, de datum waarop het Hof arrest heeft gewezen, geen grond bestaat voor strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn in beide instanties evenmin begrijpelijk.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Het middel is derhalve terecht voorgesteld. De Hoge Raad zal om doelmatigheidsredenen zelf de zaak afdoen en de straf verminderen als hieronder vermeld.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot (verdere) vermindering van de aan de verdachte opgelegde taakstraf van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 4 genoemde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis;</para>
      <para>vermindert het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat deze 215 uren, subsidiair 108 dagen hechtenis, bedraagt;</para>
      <para>verwerpt het beroep voor het overige.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	Dit arrest is gewezen door de raadsheer W.F. Groos als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van <emphasis role="underline">14 januari 2014</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>