<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2014:441</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T08:15:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-02-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-02-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">12/05779</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#artikel81ROzaken">Artikel 81 RO-zaken</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2014:33" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#gevolgd">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:33, Gevolgd</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHAMS:2012:BX7072" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2012:BX7072, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2014/408</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2014/123</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2014:441">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2014:441</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-02-28T10:28:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-02-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2014:441 Hoge Raad , 28-02-2014 / 12/05779</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2014:441:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Art. 81 lid 1 RO. Vordering tot nakoming maatschapscontract naar aanleiding van uitzetting uit de maatschap.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2014:441:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>28 februari 2014</para>
    <para>Eerste Kamer</para>
    <para>nr. 12/05779</para>
    <para>EE/AS</para>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. [eiser 1],<?linebreak?>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>2. [eiseres 2],<?linebreak?>gevestigd te [vestigingsplaats],</para>
      <para>EISERS tot cassatie, verweerders in het incidenteel cassatieberoep,</para>
      <para>advocaat: mr. K. Aantjes,</para>
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>t e g e n</para>
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>de maatschap DE EGLANTIER, handelend onder de naam BDO Accountants &amp; Belastingadviseurs,<?linebreak?>gevestigd te Eindhoven,</para>
      <para>VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het incidenteel cassatieberoep,</para>
      <para>advocaat: mr. W.H. van Hemel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eisers tot cassatie zullen hierna ook worden aangeduid als [eisers], en ieder afzonderlijk als [eiser 1] en [eiseres 2]. Verweerster in cassatie zal hierna worden aangeduid als BDO.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in feitelijke instanties</title>
    <para>Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: </para>
    <para>a.	de vonnissen in de zaak 245519/HA ZA 08-543 van de rechtbank Utrecht van 18 juni 2008 en 15 april 2009;</para>
    <para>b.	de arresten in de zaak 200.039.331 van het gerechtshof te Amsterdam van 28 september 2010 (tussenarrest) en 11 september 2012 (eindarrest). </para>
    <para>	Het eindarrest van het hof is aan dit arrest gehecht.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in cassatie</title>
    <parablock>
      <para>	Tegen het eindarrest van het hof hebben [eisers] beroep in cassatie ingesteld. BDO heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.</para>
      <para>	Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.</para>
      <para>	De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor BDO mede door mr. M. Malycha, advocaat te Amsterdam.</para>
      <para>	De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van zowel het principaal als het incidenteel beroep.</para>
      <para> 	De advocaat van [eisers] heeft bij brief van 28 januari 2014 op die conclusie gereageerd; de advocaat van BDO heeft dat gedaan bij brief van 31 januari 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep </title>
    <para>	De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>	De Hoge Raad:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">in het principale beroep:</emphasis>
      </para>
      <para>	verwerpt het beroep;</para>
      <para>	veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van BDO begroot op € 799,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">in het incidentele beroep:</emphasis>
      </para>
      <para>	verwerpt het beroep;</para>
      <para>	veroordeelt BDO in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eisers] begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op <emphasis role="underline">28 februari 2014</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>