<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2014:2994</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T14:00:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-10-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-10-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">12/05512</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2014/1162</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2014/366</rdf:li>
          <rdf:li>NJ 2015/180 met annotatie van D.W.F. Verkade</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2014:2994">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2014:2994</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-10-17T09:05:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-10-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2014:2994 Hoge Raad , 17-10-2014 / 12/05512</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2014:2994:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Herstelarrest.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2014:2994:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>17 oktober 2014</para>
    <para>Eerste Kamer</para>
    <para>nr. 12/05512</para>
    <para>TT</para>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Erno RUBIK,<?linebreak?>wonende te Boedapest, Hongarije,</para>
      <para>EISER tot cassatie, verweerder in het incidenteel cassatieberoep, </para>
      <para>advocaat: mr. K. Aantjes,</para>
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>t e g e n</para>
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>1. BECKX TRADING &amp; CO B.V.,<?linebreak?>gevestigd te Roermond,</para>
      <para>2. OUT OF THE BLUE KG,<?linebreak?>gevestigd te Lilienthal, Duitsland,</para>
      <para>VERWEERSTERS in cassatie, eiseressen in het incidenteel cassatieberoep, </para>
      <para>advocaten: mr. T. Cohen Jehoram en           mr. V. Rörsch. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna worden aangeduid als Rubik en Beckx c.s.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het arrest in dit geding</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>De Hoge Raad heeft in deze zaak op 19 september 2014 een arrest uitgesproken (ECLI:NL:HR:2014:2737). <?linebreak?>In het incidentele beroep zijn Beckx c.s. in het ongelijk gesteld en in de kosten veroordeeld, tot op die uitspraak aan de zijde van Rubik begroot op € 68,07 aan verschotten en - op de voet van art. 1019h Rv - € 17.996,38 voor salaris. In het principale beroep is Rubik in het ongelijk gesteld en in de kosten veroordeeld van Beckx c.s.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Bij brief van 30 september 2014 heeft de advocaat van Beckx c.s. de Hoge Raad verzocht het arrest van 19 september 2014 op het punt van de proceskostenveroordeling te herstellen dan wel aan te vullen. De advocaat van Rubik heeft bij brief van 1 oktober 2014 bezwaar gemaakt tegen inwilliging van dit verzoek. De Procureur-Generaal is in de gelegenheid gesteld aanvullend te concluderen, maar heeft daarvan afgezien.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>De Hoge Raad stelt vast dat sprake is van een misslag in het arrest en zal die herstellen. Blijkens de stukken van het geding heeft Rubik het bedrag van € 17.996,38 gevorderd als kosten in het principale en incidentele beroep tezamen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <parablock>
        <para>Aan rov. 6 wordt het volgende toegevoegd:</para>
        <para>“Rubik vordert in het principale en incidentele beroep tezamen € 17.996,38. Dit bedrag dient gesplitst te worden over beide beroepen. Nu partijen zich hierover niet hebben uitgelaten, zal de Hoge Raad die splitsing ambtshalve moeten aanbrengen. Op basis van de stukken van het geding rekent de Hoge Raad een derde deel van genoemd bedrag toe aan de behandeling van het incidentele beroep.”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <parablock>
        <para>De beslissing in het incidentele beroep dient als volgt worden gelezen:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	“in het incidentele beroep</emphasis>:</para>
        <para>	verwerpt het beroep;</para>
        <para>veroordeelt Beckx c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Rubik begroot op € 68,07 aan verschotten en € 5.998,79 voor salaris.”</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>	De Hoge Raad:</para>
      <para>	verbetert het op 19 september 2014 in deze zaak uitgesproken arrest op de wijze als hiervoor in 1.4 en 1.5 vermeld;</para>
      <para>	stelt de verbeteringen op de minuut van dat arrest.</para>
      <para>	Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president E.J. Numann op <emphasis role="underline">17 oktober 2014</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>