<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2013:CA3733</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T20:02:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-06-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">CA3733</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-09-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11/04721</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_omgevingsrecht">Bestuursrecht; Omgevingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2013:CA3733" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#gevolgd">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:CA3733, Gevolgd</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJB 2013/1970</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2013/1038</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2013/419</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2013:CA3733">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2013:CA3733</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-09-06T09:04:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-09-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2013:CA3733 Hoge Raad , 06-09-2013 / 11/04721</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2013:CA3733:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ruilverkaveling. Cassatieberoep tegen oordeel rechtbank op bezwaar tegen plan van toedeling, art. 202 aanhef en onder f, in verbinding met art. 186 Landinrichtingswet. Rechtsmiddelenverbod, doorbrekingsgronden, niet-ontvankelijkheid.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2013:CA3733:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>6 september 2013</para>
    <para>Eerste Kamer</para>
    <para>11/04721</para>
    <para>LZ/AS</para>
    <para> </para>
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para> </para>
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. [eiser 1],<?linebreak?>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>2. [eiseres 2],<?linebreak?>gevestigd te [plaats],</para>
      <para>EISERS tot cassatie,</para>
      <para>advocaat: aanvankelijk mr. P. Garretsen,         thans mr. M.J. van         Batenburg,</para>
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>t e g e n</para>
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>LANDINRICHTINGSCOMMISSIE VOOR DE RUILVERKAVELING "BAARDERADEEL",<?linebreak?>gevestigd te Leeuwarden,</para>
      <para>VERWEERSTER in cassatie,</para>
      <para>advocaat: mr. M.W. Scheltema en          mr. R.T. Wiegerink.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en de Landinrichtingscommissie.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in feitelijke instantie</title>
    <parablock>
      <para>Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar het vonnis in de zaken 110425/HA ZA 11-124, 110426/HA ZA 11-125 en 110431/HA ZA 11-129 van de rechtbank Leeuwarden van 31 augustus 2011.</para>
      <para>	Het vonnis van de rechtbank is aan dit arrest gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in cassatie</title>
    <parablock>
      <para>	Tegen het vonnis van de rechtbank hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>	De Landinrichtingscommissie heeft primair geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiser] c.s. in hun cassatieberoep en subsidiair tot verwerping van dat beroep.</para>
      <para>	De zaak is voor de Landinrichtingscommissie toegelicht door haar advocaten.</para>
      <para>	De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot niet-ontvankelijk-verklaring van [eiser] c.s. in hun beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.</para>
        <para>(i) 	[eiser] c.s. hebben bezwaren ingediend tegen het plan van toedeling in de ruilverkaveling “Baarderadeel”. </para>
        <para>(ii) De rechtbank heeft die bezwaren gedeeltelijk gegrond verklaard en voor het overige ongegrond.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Ingevolge art. 202, aanhef en onder f, in verbinding met art. 186 Landinrichtingswet staat tegen een uitspraak van de rechtbank omtrent bezwaren tegen het plan van toedeling geen rechtsmiddel open. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad is echter niet uitgesloten dat een cassatieberoep tegen een zodanige uitspraak toch ontvankelijk is, indien erover wordt geklaagd dat de rechtbank een of meer artikelen van de Landinrichtingswet betreffende (de vaststelling van) het plan van toedeling ten onrechte buiten toepassing heeft gelaten of buiten het toepassingsgebied ervan is getreden, dan wel dat bij de totstandkoming van de uitspraak essentiële vormen zijn verzuimd. Voor doorbreking van het rechtsmiddelenverbod op laatstgenoemde grond is nodig dat aan de klacht ten grondslag ligt dat een zo fundamenteel rechtsbeginsel is geschonden dat van een eerlijke en onpartijdige behandeling van de zaak niet kan worden gesproken (vgl. HR 26 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR4503, NJ 2005/257).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Hetgeen [eiser] c.s. in cassatie hebben aangevoerd, kan niet worden aangemerkt als een (beroep op een) doorbrekingsgrond. Voor zover zij klagen over verzuim van essentiële vormen, hierin bestaande dat de rechtbank haar vonnis niet toereikend heeft gemotiveerd, kan ook deze klacht niet dienen als een beroep op een doorbrekingsgrond. De klacht kan immers niet worden aangemerkt als een klacht over een fundamenteel rechtsbeginsel als hiervoor in 3.2 bedoeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Het hiervoor overwogene brengt mee dat [eiser] c.s. niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard in hun cassatieberoep.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>   	De Hoge Raad:</para>
      <para>   	verklaart [eiser] c.s. niet-ontvankelijk in hun beroep;</para>
      <para>   	veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Landinrichtingscommissie begroot op € 781,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op <emphasis role="underline">6 september 2013</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>