<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2013:CA0731</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-17T10:04:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-06-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">CA0731</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-07-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">12/05478</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2013:CA0731" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:CA0731</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2012:2947" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2012:2947</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2013/889</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2014/88</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2013:CA0731">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2013:CA0731</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-07-17T11:34:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-07-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2013:CA0731 Hoge Raad , 12-07-2013 / 12/05478</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2013:CA0731:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>(Cassatie)procesrecht. Incidentele vordering tot het stellen van zekerheid voor proceskosten in cassatie; art. 224 lid 1, art. 414 lid 1 Rv.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2013:CA0731:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>12 juli 2013</para>
    <para>Eerste Kamer</para>
    <para>nr. 12/05478</para>
    <para>LZ/EE</para>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [eiser], handelend onder de naam [A] B.V.,<?linebreak?>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>EISER tot cassatie, verweerder in het incident tot zekerheidsstelling,<?linebreak?><?linebreak?></para>
      <para>advocaat: mr. R.Th.R.F. Carli,</para>
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>t e g e n</para>
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>
        [verweerder], handelend onder de naam [B],<?linebreak?>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>VERWEERDER in cassatie, eiser in het incident tot zekerheidsstelling,</para>
      <para>advocaat: mr. A.H.M. van den Steenhoven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder].</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in feitelijke instanties</title>
    <para>	Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: </para>
    <orderedlist numeration="loweralpha">
      <listitem>
        <para>	de vonnissen in de zaak 223760/HA ZA 10-1609 van de rechtbank Breda van 2 februari 2011 en 3 november 2010;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>	de arresten in de zaak HD 200.086.468 van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch van 10 juli 2012 en 14 juni 0211. </para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para>	De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in cassatie</title>
    <parablock>
      <para>	Tegen het arrest van het hof van 10 juli 2012 heeft [verweerder] beroep in cassatie ingesteld. [eiser] heeft een incidentele conclusie tot zekerheidstelling genomen. De cassatiedagvaarding en de conclusie tot zekerheidstelling zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.</para>
      <para>
        [verweerder] heeft geconcludeerd tot afwijzing van de incidentele vordering.</para>
      <para>	De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot afwijzing van de vordering in het incident met veroordeling van [eiser] in de kosten van het incident.</para>
      <para> 	De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 30 mei 2013 op die conclusie gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling van de incidentele vordering</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        [verweerder] heeft in deze procedure kort gezegd gevorderd dat [eiser] wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 59.250,--. De rechtbank heeft de vordering afgewezen en [verweerder] veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van [eiser]. [verweerder] is in hoger beroep gegaan. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank bekrachtigd en [verweerder] veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van [eiser]. [verweerder] heeft beroep in cassatie ingesteld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>De incidentele vordering van [eiser] strekt ertoe dat [verweerder] wordt veroordeeld tot het stellen van zekerheid voor de proceskosten in cassatie tot een bedrag van € 3.347,--. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Indien [verweerder] geen woonplaats of gewone verblijfplaats in Nederland heeft, kan hij op vordering van [eiser] op de voet van art. 224 lid 1 Rv in verbinding met art. 414 lid 1 Rv worden verplicht zekerheid te stellen voor de proceskosten waartoe hij in cassatie veroordeeld zou kunnen worden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>
        [eiser] heeft aan de vordering ten grondslag gelegd dat [verweerder] is uitgeschreven uit de gemeentelijke basisadministratie met de vermelding "vertrokken onbekend waarheen". [verweerder] heeft de vordering betwist, een woonadres in Nederland opgegeven en een uittreksel overgelegd uit de gemeentelijke basisadministratie waarin is vermeld dat hij een geheim adres heeft. [eiser] heeft bestreden dat [verweerder] woont op het door hem opgegeven adres, waartoe hij onder meer heeft aangevoerd dat het gaat om een (beperkte) bedrijfsruimte en dat de deurwaarder [verweerder] bij herhaling niet op dat adres heeft aangetroffen. Ook dit heeft [verweerder] weersproken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <parablock>
        <para>In het licht van de gemotiveerde betwisting door [verweerder] van hetgeen [eiser] aan de vordering tot zekerheidstelling ten grondslag heeft gelegd, heeft [eiser] niet aannemelijk gemaakt dat [verweerder] geen woonplaats of gewone verblijfplaats in Nederland heeft. [eiser] heeft geen bewijs van zijn stellingen aangeboden. De incidentele vordering is dan ook niet toewijsbaar.</para>
        <para>
          <emphasis role="underline">4. 	Beslissing</emphasis>
        </para>
        <para>De Hoge Raad:</para>
        <para>	wijst de incidentele vordering af;</para>
        <para>veroordeelt [eiser] in de kosten van het incident tot zekerheidstelling, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 800,-- voor salaris;</para>
        <para>verwijst de zaak naar de rol van  11 oktober 2013 voor schriftelijke toelichting.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>	Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, G. de Groot en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op <emphasis role="underline">12 juli 2013</emphasis>. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>