<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2013:BZ8363</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T20:34:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-06-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BZ8363</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-06-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">12/02607</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2013:BZ8363" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:BZ8363</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSGR:2012:BV6806" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">In cassatie op : ECLI:NL:GHSGR:2012:BV6806, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2013/832</rdf:li>
          <rdf:li>PJ 2013/159</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2013/334</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2013-0490</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2013-0490</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2013:BZ8363">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2013:BZ8363</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-06-22T17:08:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-06-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2013:BZ8363 Hoge Raad , 21-06-2013 / 12/02607</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2013:BZ8363:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht, arbeidsrecht; pensioenrecht. Afbouw werkgeversbijdrage in premie particuliere ziektekostenverzekering van ge(pre)pensioneerde voormalige werknemers in verband met invoering Zorgverzekeringswet. Art. 6:248 en 258 BW. Procesrecht; nieuwe grief.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2013:BZ8363:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>21 juni 2013</para>
      <para>Eerste Kamer</para>
      <para>12/02607</para>
      <para>EE/IF</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>ABN AMRO BANK N.V., als rechtsopvolgster van Fortis Bank (Nederland) N.V., </para>
      <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
      <para>EISERES tot cassatie,</para>
      <para>advocaten: mr. R.P.J.L. Tjittes en mr. L.B. de Graaf,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>t e g e n</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.  [Verweerder 1],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>2. [Verweerder 2],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>3. [Verweerster 3],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>4. [Verweerder 4],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>5. [Verweerder 5], in zijn hoedanigheid van erfgenaam van [betrokkene 1],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>6. [Verweerder 6],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>7. [Verweerder 7],</para>
      <para>wonende te [woonplaats], </para>
      <para>8. [Verweerder 8], </para>
      <para>wonende te [woonplaats], </para>
      <para>9. [Verweerder 9], </para>
      <para>wonende te [woonplaats], </para>
      <para>10. [Verweerder 10], </para>
      <para>wonende te [woonplaats], </para>
      <para>11. [Verweerder 11], </para>
      <para>wonende te [woonplaats], </para>
      <para>12. [Verweerder 12], </para>
      <para>wonende te [woonplaats], </para>
      <para>13. [Verweerder 13], </para>
      <para>wonende te [woonplaats], </para>
      <para>14. [Verweerster 14], in haar hoedanigheid van erfgenaam van  [betrokkene 2], </para>
      <para>wonende te [woonplaats], </para>
      <para>15. [Verweerder 15], </para>
      <para>wonende te [woonplaats], </para>
      <para>16. [Verweerder 16], </para>
      <para>wonende te [woonplaats], </para>
      <para>17. [Verweerder 17], </para>
      <para> wonende te [woonplaats], </para>
      <para>18. [Verweerder 18], </para>
      <para>wonende te [woonplaats], </para>
      <para>VERWEERDERS in cassatie,</para>
      <para>advocaat: mr. N.T. Dempsey.</para>
      <para>Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Fortis Bank en [verweerder] c.s.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Het geding in feitelijke instanties</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: </para>
      <para>a. de vonnissen in de zaak met zaaknummers 846226 CV EXPL 07-35451, 859084 CV EXPL 08-1734, 864957 CV EXPL 08-4670, 864958 CV EXPL 08-4671 en 864959 CV EXPL 08-4672 van de kantonrechter te Rotterdam van 26 juni 2009 en 18 december 2009;</para>
      <para>b. het arrest in de zaak 200.060.153/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 14 februari 2012. </para>
      <para>Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Het geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen het arrest van het hof heeft Fortis Bank beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>[Verweerder] c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.</para>
      <para>De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [verweerder] c.s. mede door mr. B.I. Bethlehem, advocaat te Amsterdam. </para>
      <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping.</para>
      <para>De advocaat van Fortis Bank heeft bij brief van 3 mei 2013 op die conclusie gereageerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van het middel </para>
    <para />
    <para>De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
    <para />
    <para>4. Beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>verwerpt het beroep;</para>
      <para>veroordeelt Fortis Bank in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 373,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels, als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders, G. de Groot en M.V. Polak , en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 21 juni 2013.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>