<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2013:BZ8362</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T23:58:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-06-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BZ8362</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-07-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">12/02493</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2013:BZ8362" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#gedeeltelijk contrair">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:BZ8362, Gedeeltelijk contrair</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSGR:2012:BV3546" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">In cassatie op : ECLI:NL:GHSGR:2012:BV3546, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2013/881</rdf:li>
          <rdf:li>NJB 2013/1787</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2013/378</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2013:BZ8362">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2013:BZ8362</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-07-17T11:23:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-07-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2013:BZ8362 Hoge Raad , 12-07-2013 / 12/02493</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2013:BZ8362:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verbintenissenrecht. Opschorting. Vereiste van voldoende samenhang als bedoeld in art. 6:52 lid 1 en lid 2 BW.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2013:BZ8362:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>12 juli 2013</para>
    <para>Eerste Kamer</para>
    <para>nr. 12/02493</para>
    <para>RM/EE</para>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de vennootschap naar Frans recht CHAMTOR S.A.,<?linebreak?>gevestigd te Bazancourt, Frankrijk,</para>
      <para>EISERES tot cassatie, VERWEERSTER in het incidenteel cassatieberoep,</para>
      <para>advocaat: mr. J.P. Heering,</para>
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>t e g e n</para>
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>1. CARBOPLY B.V.,<?linebreak?>gevestigd te Emmen,</para>
      <para>2. BASIC SUPPLY GROUP B.V.,<?linebreak?>gevestigd te Emmen,</para>
      <para>VERWEERSTERS in cassatie, EISERESSEN in het  incidenteel cassatieberoep,</para>
      <para>advocaat: mr. Chr.F. Kroes.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Chamtor, CBV en BSG.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in feitelijke instanties</title>
    <para>	Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: </para>
    <orderedlist numeration="loweralpha">
      <listitem>
        <para>	het vonnis in de zaak 264597/HA ZA 06-1455 en de zaak 254374/HA ZA 05-3660 van de rechtbank ’s-Gravenhage van 13 september 2006 en 29 oktober 2008;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>	het arrest in de zaak 200.028.312/01 en de zaak 200.031.038/01 van het gerechtshof te ’s-Gravenhage van 31 januari 2012. </para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para>	Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in cassatie</title>
    <parablock>
      <para>	Tegen het arrest van het hof heeft Chamtor beroep in cassatie ingesteld. CBV en BSG hebben incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.</para>
      <para>	Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.</para>
      <para>	De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.</para>
      <para>	De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het principaal cassatieberoep en, wat betreft het incidenteel cassatieberoep, tot vernietiging van het bestreden arrest van het hof voor zover het hof daarin de bevoegdheid van CBV om zijn betalingsverplichting in verband met door Chamtor aan haar geleverde ‘Carboply’ op te schorten afwijst en voorts beslissingen neemt, die op deze afwijzing voortbouwen.</para>
      <para> 	De advocaat van Chamtor heeft bij brief van 2 mei 2013 op die conclusie gereageerd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling van het middel in het principale beroep </title>
    <para>De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>Beoordeling van het middel in het incidentele beroep</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>De onderdelen a(i), b en c bestrijden de verwerping door het hof van het betoog van CBV dat het tekortschieten door Chamtor in haar verplichting tot levering van Proply aan CBV het recht gaf de betaling van de facturen ter zake van de levering van Carboply op te schorten (rov. 34). Volgens de onderdelen heeft het hof miskend dat tussen de levering van Proply en de levering van Carboply voldoende samenhang bestond als bedoeld in art. 6:52 BW.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Het oordeel van het hof in rov. 34 is verweven met waarderingen van feitelijke aard en geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting met betrekking tot het vereiste van voldoende samenhang als bedoeld in art. 6:52 lid 1 en lid 2 BW. Voorts is dit oordeel voldoende gemotiveerd. Daarop stuiten de klachten van de onderdelen a(i), b en c af.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>De klachten van de onderdelen a(ii), d en e kunnen evenmin tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu die klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>	De Hoge Raad:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">in het principale beroep:</emphasis>
      </para>
      <para>	verwerpt het beroep;</para>
      <para>	veroordeelt Chamtor in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van CBV en BSG begroot op € 6.118,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">in het incidentele beroep:		</emphasis>
      </para>
      <para>	verwerpt het beroep;</para>
      <para>	veroordeelt CBV en BSG in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Chamtor begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp. C.E. Drion, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op <emphasis role="underline">12 juli 2013</emphasis>. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>