<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2013:BZ4181</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T05:39:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BZ4181</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-05-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">12/01023</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2013:BZ4181" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:BZ4181</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2013/695</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2013/275</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2013:BZ4181">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2013:BZ4181</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T12:56:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-05-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2013:BZ4181 Hoge Raad , 17-05-2013 / 12/01023</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2013:BZ4181:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Art. 81 lid 1 RO. Beëindiging huurovereenkomst woonruimte wegens dringend eigen gebruik in verband met renovatiewerkzaamheden, art. 7:274 lid 1 sub c BW.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2013:BZ4181:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>17 mei 2013</para>
      <para>Eerste Kamer</para>
      <para>12/01023</para>
      <para>RM/IF</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. [Eiseres 1],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>2. MOSKITO FILM B.V.,</para>
      <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
      <para>3. [Eiser 3],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>4. [Eiser 4],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>5. [Eiseres 5],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>EISERS tot cassatie, VERWEERDERS in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,</para>
      <para>advocaat: mr. H.L. van Lookeren Campagne, </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>t e g e n</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>NOORD-INVEST B.V.,</para>
      <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
      <para>VERWEERSTER in cassatie, EISERES in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,</para>
      <para>advocaat: mr. P.A. Fruytier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en Noord-Invest.</para>
    <para />
    <para>1. Het geding in feitelijke instanties</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: </para>
      <para>a. het vonnis in de zaak 880969 CV EXPL 07-20323 van de kantonrechter te Amsterdam van 8 april 2008;</para>
      <para>b. het arrest in de zaak 200.011.588/02 van het gerechtshof te Amsterdam van 30 augustus 2011. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Het geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Noord-Invest heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. </para>
      <para>De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.</para>
      <para>Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.</para>
      <para>De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor Noord-Invest mede door mr. B.I. Bethlehem, advocaat te Amsterdam.</para>
      <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt ertoe dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen en een nieuwe datum zal bepalen waarop de huurovereenkomst zal eindigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van de middelen in het principale beroep</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
      <para>Aangezien de middelen in het principale beroep falen, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.</para>
      <para>Nu de datum waarop het hof het einde van de huurovereenkomst heeft bepaald is verstreken, zal de Hoge Raad een nieuwe datum bepalen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>verwerpt het principale beroep;</para>
      <para>bepaalt dat de huurovereenkomst eindigt op 16 augustus 2013 en dat [eiser] c.s. uiterlijk op die datum het gehuurde ontruimd dienen te hebben en ter beschikking van Noord-Invest dienen te stellen, met machtiging van Noord-Invest de ontruiming zelf te bewerkstelligen met behulp van de sterke arm;</para>
      <para>veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Noord-Invest B.V. begroot op € 781,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 17 mei 2013.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>