<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2013:BY2586</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T17:04:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BY2586</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-01-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">12/00398</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2013:BY2586" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:BY2586</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHLEE:2011:BT8477" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">In cassatie op : ECLI:NL:GHLEE:2011:BT8477, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005290">Burgerlijk Wetboek Boek 7</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005290&amp;artikel=658a">Burgerlijk Wetboek Boek 7 658a</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005290&amp;artikel=681">Burgerlijk Wetboek Boek 7 681</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2013/178</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2013/48</rdf:li>
          <rdf:li>JIN 2013/62 met annotatie van J.F. Dominicus</rdf:li>
          <rdf:li>JAR 2013/54</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2013-0037</rdf:li>
          <rdf:li>PS-Updates.nl 2019-0513</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2013-0037</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2013:BY2586">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2013:BY2586</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T11:05:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-01-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2013:BY2586 Hoge Raad , 18-01-2013 / 12/00398</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2013:BY2586:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Art. 81 lid 1 RO. Reïntegratie arbeidsongeschikte werknemer, inspanningsverplichting werkgever, art. 7:658a lid 2 BW. Omvang schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag, art. 7:681 lid 1 en 2 onder b BW.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2013:BY2586:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>18 januari 2013</para>
      <para>Eerste Kamer</para>
      <para>12/00398</para>
      <para>EE/MD</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De stichting STICHTING AGRARISCH OPLEIDINGSCENTRUM TERRA,</para>
      <para>gevestigd te Groningen,</para>
      <para>EISERES tot cassatie,</para>
      <para>advocaat: mr. K. Aantjes,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>t e g e n</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[Verweerder],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>VERWEERDER in cassatie,</para>
      <para>advocaat: aanvankelijk mr. P.A. Ruig, thans mr. S.F. Sagel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als AOC Terra en [verweerder].</para>
    <para />
    <para>1. Het geding in feitelijke instanties</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: </para>
      <para>a. de vonnissen in de zaak 367112 CV EXPL 08-7951 van de kantonrechter te Groningen van 8 april 2009 en 7 oktober 2009;</para>
      <para>b. het arrest in de zaak 200.052.615/01 van het gerechtshof te Leeuwarden van 18 oktober 2011. </para>
      <para>Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Het geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen het arrest van het hof heeft AOC Terra beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.</para>
      <para>De zaak is voor AOC Terra toegelicht door haar advocaat en voor [verweerder] door mr. M.V.E.E. Jansen en mr. H. Wille, advocaten te Amsterdam.</para>
      <para>De conclusie van de waarnemend Advocaat-Generaal A. Hammerstein strekt tot verwerping van het cassatieberoep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van het middel</para>
    <para />
    <para>De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
    <para />
    <para>4. Beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>verwerpt het beroep;</para>
      <para>veroordeelt AOC Terra in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 799,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, C.E. Drion en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 18 januari 2013.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>