<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2013:467</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-01T12:08:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-08-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-08-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">12/03606</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#artikel81ROzaken">Artikel 81 RO-zaken</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>V-N Vandaag 2013/1738</rdf:li>
          <rdf:li>V-N 2013/42.1.2</rdf:li>
          <rdf:li>NTFR 2013/1592</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2013-2023</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2013080914</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2013:467">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2013:467</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-08-09T14:24:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-08-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2013:467 Hoge Raad , 09-08-2013 / 12/03606</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2013:467:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie afgedaan m.t.v. artikel 81 lid 1 RO.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2013:467:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Derde Kamer</para>
    <para />
    <para>Nr. 12/03606</para>
    <para />
    <para>9 augustus 2013</para>
    <para />
    <para>Arrest </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het beroep in cassatie van <emphasis role="underline">[X]</emphasis> te <emphasis role="underline">[Z]</emphasis>, Hongarije, domicilie gekozen hebbende te Amsterdam, (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het <emphasis role="underline">Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch</emphasis> van 15 juni 2012, nr. 11/00666, betreffende een voorlopige aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, alsmede op het hierna in onderdeel 5 te melden verzoek van belanghebbende.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in feitelijke instanties</title>
    <parablock>
      <para>Aan belanghebbende is voor het jaar 2006 een voorlopige aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is verminderd.</para>
      <para>De Rechtbank te Breda (nr. AWB 10/4653) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.</para>
      <para>Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.</para>
      <para>Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Geding in cassatie</title>
    <parablock>
      <para>	Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij één middel voorgesteld.</para>
      <para>	De Staatsecretaris van Financiën heeft bij drie afzonderlijke beroepschriften tegen ’s Hofs uitspraak, alsmede tegen de uitspraken van het Hof van 15 juni 2012, nrs. 11/00667, 11/00660 en 11/00669,  betreffende een aan belanghebbende opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en een aan belanghebbende opgelegde voorlopige aanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet beroep in cassatie ingesteld (hierna: het cassatieberoep van de Staatssecretaris).</para>
      <para>	De Hoge Raad heeft de zaak met die betreffende het hierna in onderdeel 5 te vermelden verzoek ter behandeling gevoegd.</para>
      <para>	De Staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend. Hij heeft tevens voorwaardelijk incidenteel beroep in cassatie ingesteld en daarbij drie klachten aangevoerd.</para>
      <para>	Belanghebbende heeft het incidentele beroep beantwoord en een conclusie van repliek ingediend. </para>
      <para>De Staatssecretaris heeft zijn cassatieberoep ingetrokken.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling van het middel</title>
    <para>Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het voorwaardelijke incidentele beroep</title>
    <para>Nu het incidentele beroep alleen is ingesteld voor het geval het principale beroep zou slagen, maar dit geval zich niet voordoet, behoeft het reeds daarom geen behandeling.  </para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Verzoek</title>
    <parablock>
      <para>	Na de intrekking door de Staatssecretaris van zijn beroep in cassatie heeft belanghebbende de Hoge Raad verzocht de Staatssecretaris te veroordelen in de kosten in verband met de behandeling van dit beroep in cassatie.</para>
      <para>De Staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend, waarin hij concludeert tot afwijzing van het verzoek.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>6</nr>Beoordeling van het verzoek</title>
    <para>Belanghebbende heeft ter zake van het door de Staatssecretaris ingetrokken cassatieberoep geen proceshandelingen verricht als genoemd in de lijst (A) van de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht. De Hoge Raad acht derhalve geen termen aanwezig voor inwilliging van het verzoek.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Proceskosten</title>
    <para>De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad: </para>
      <para>verklaart het beroep in cassatie ongegrond, en</para>
      <para>wijst het verzoek om veroordeling in de kosten in verband met de behandeling van het door de Staatssecretaris ingetrokken beroep in cassatie af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren C.B. Bavinck en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 9 augustus 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>