<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2012:BX9542</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T11:24:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BX9542</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-11-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/05115</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2012:BX9542" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2012:BX9542</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2012/1458</rdf:li>
          <rdf:li>SR-Updates.nl 2012-0280</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2012:BX9542">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2012:BX9542</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T10:55:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-11-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2012:BX9542 Hoge Raad , 13-11-2012 / 10/05115</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2012:BX9542:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verbeurdverklaring, art. 33a Sr. ’s Hofs oordeel dat de inbeslaggenomen voorwerpen vatbaar zijn voor verbeurdverklaring aangezien het voorwerpen zijn met behulp waarvan het bewezenverklaarde is begaan, is niet z.m. begrijpelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2012:BX9542:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>13 november 2012</para>
      <para>Strafkamer</para>
      <para>nr. S 10/05115</para>
      <para>KM/SSA</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, van 22 november 2010, nummer 21/003605-09, in de strafzaak tegen:</para>
      <para>[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M.L. Plas, advocaat te Bunnik, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest voor zover deze de verbeurdverklaring betreft en tot verwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Arnhem teneinde in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Beoordeling van het middel</para>
    <para />
    <para>2.1. Het middel komt op tegen de verbeurdverklaring van een batterij voor een peilzender, een laptop en twee gebruiksaanwijzingen voor een peilzender.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.2. De bestreden uitspraak houdt, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, in:</para>
      <para>"Het onder 2 en 4 tenlastegelegde en bewezenverklaarde is begaan of voorbereid met behulp van de hierna te noemen inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen. Zij behoren de veroordeelde toe. Zij zullen daarom worden verbeurd verklaard.</para>
      <para>(...)</para>
      <para>Beslissing</para>
      <para>Het hof:</para>
      <para>(...)</para>
      <para>Verklaart verbeurd de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:</para>
      <para>- een batterij voor een peilzender (nr 44);</para>
      <para>- een laptop (nr 84);</para>
      <para>- twee gebruiksaanwijzingen voor een peilzender (nr 88 en 92)."</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.3. In aanmerking genomen dat ten laste van de verdachte onder 2 en 4 is bewezenverklaard - zakelijk weergegeven - dat hij zich (telkens) schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het omkopen van een (politie)ambtenaar, is het oordeel van het Hof dat het bewezenverklaarde met behulp van de hiervoor onder 2.2 genoemde voorwerpen is begaan of voorbereid, zonder nadere, doch ontbrekende, motivering niet begrijpelijk.</para>
    <para />
    <para>2.4. Het middel is derhalve terecht voorgesteld. </para>
    <para />
    <para>3. Slotsom</para>
    <para />
    <para>Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.</para>
    <para />
    <para>4. Beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven batterij voor een peilzender, een laptop en twee gebruiksaanwijzingen voor een peilzender;</para>
      <para>verwijst de zaak naar het Gerechtshof te Arnhem, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;</para>
      <para>verwerpt het beroep voor het overige. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren W.F. Groos en J. Wortel, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 13 november 2012.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>