<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2011:BQ0830</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T16:31:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BQ0830</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2011-05-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/03375</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2011:BQ0830" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2011:BQ0830</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2011/711</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2011:BQ0830">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2011:BQ0830</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T07:58:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-05-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2011:BQ0830 Hoge Raad , 24-05-2011 / 10/03375</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2011:BQ0830:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>OM-cassatie. Het oordeel van het Hof dat het OM n-o is aangezien zich in het dossier geen akte bevindt waarbij door het OM h.b. is ingesteld tegen het eindvonnis is onjuist noch onbegrijpelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2011:BQ0830:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>24 mei 2011</para>
      <para>Strafkamer</para>
      <para>nr. 10/03375</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem, zitting houdende te Leeuwarden, van 21 juli 2010, nummer 24/002637-09, in de strafzaak tegen:</para>
      <para>[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987, wonende te [woonplaats].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep is ingesteld door de Advocaat-Generaal bij het Hof. Deze heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>De Advocaat-Generaal Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Beoordeling van het middel</para>
    <para />
    <para>2.1. Het middel klaagt over het oordeel van het Hof dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is in zijn hoger beroep.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.2. Het bestreden arrest houdt, voor zover hier van belang, het volgende in:</para>
      <para>"In het dossier bevindt zich een akte rechtsmiddel d.d. 17 september 2009, waarin mr. W. Ludwig, officier van justitie in het arrondissement Zwolle-Lelystad, verklaart beroep in te stellen tegen de beslissing betreffende verdachte omtrent een afwijzing vordering d.d. 15 september 2009 gewezen door de Meervoudige Strafraadkamer. Ook is vermeld op de akte rechtsmiddel het appelnummer 09/1075. Dit nummer is doorgehaald en daarbij is met pen geschreven het nummer 1230.</para>
      <para>Het hof stelt vast dat zich in het dossier geen ondertekende akte bevindt waarbij door het openbaar ministerie hoger beroep is ingesteld tegen het in de zaak tegen verdachte gewezen (eind-)vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad d.d. 15 september 2009. </para>
      <para>Uit het onderzoek ter terechtzitting is wel komen vast te staan dat de officier van justitie voornemens is geweest het hoger beroep te richten op het eindvonnis, zodat vaststaat dat een onjuiste akte is opgemaakt. </para>
      <para>Naar het oordeel van het hof dient de omstandigheid dat een onjuiste akte is opgemaakt echter voor rekening te komen van het openbaar ministerie. Nu de onjuiste akte door de officier van justitie is ondertekend en de resterende beroepstermijn niet is gebruikt om deze fout te herstellen dient het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard te worden in het hoger beroep."</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.3. Het Hof heeft geoordeeld dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn hoger beroep, aangezien zich in het dossier geen ondertekende akte bevindt waarbij door het Openbaar Ministerie hoger beroep is ingesteld tegen het in de zaak tegen de verdachte gewezen eindvonnis. Het Hof heeft daarbij in aanmerking genomen dat de akte die zich wel in het dossier bevindt betrekking heeft op een andere beslissing, namelijk een "afwijzing vordering" door de "Meervoudige Strafraadkamer", dat deze door de griffier opgemaakte akte door de Officier van Justitie is ondertekend en dat de resterende beroepstermijn niet door het Openbaar Ministerie is gebruikt om deze fout te herstellen. Dit oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is evenmin onbegrijpelijk. </para>
    <para />
    <para>2.4. Het middel faalt.</para>
    <para />
    <para>3. Beslissing</para>
    <para />
    <para>De Hoge Raad verwerpt het beroep.</para>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 24 mei 2011.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>