<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2011:BP4587</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T20:54:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BP4587</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2011-04-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">09/03582</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2011:BP4587" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2011:BP4587</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2011/594</rdf:li>
          <rdf:li>NJB 2011, 1009</rdf:li>
          <rdf:li>NJ 2011/359 met annotatie van J.M. Reijntjes</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2011:BP4587">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2011:BP4587</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T07:40:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-04-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2011:BP4587 Hoge Raad , 19-04-2011 / 09/03582</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2011:BP4587:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bewijsklacht. HR herhaalt de relevante overwegingen uit HR LJN AL6209 m.b.t. art. 141 Sr. Niet is vereist dat de bm inhouden dat stompen/of slaan door verdachte is geschied. Conclusie AG: alsnog vrijspreken van dit onderdeel van de tll.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2011:BP4587:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>19 april 2011</para>
      <para>Strafkamer</para>
      <para>nr. 09/03582</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 28 april 2009, nummer 21/003121-07, in de strafzaak tegen:</para>
      <para>[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975, wonende te [woonplaats].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat te Arnhem, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>De Advocaat-Generaal Silvis heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover bewezen is verklaard "waarbij hij, verdachte heeft gestompt en/of geslagen", en tot vrijspraak daarvan, met verwerping van het beroep voor het overige.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Beoordeling van het eerste middel</para>
    <para />
    <para>Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van het tweede middel</para>
    <para />
    <para>3.1. Het middel klaagt dat het Hof de bewezenverklaring niet naar behoren heeft gemotiveerd, met name niet voor zover de bewezenverklaring behelst dat de verdachte [slachtoffer 1] heeft gestompt en/of geslagen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.2.1. Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:</para>
      <para>"hij op of omstreeks 16 december 2006 te Nijmegen met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Grote Markt, in elk geval op of aan de openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1], welk geweld bestond uit stompen en/of slaan en/of schoppen tegen het hoofd en/of lichaam, waarbij hij, verdachte, heeft gestompt en/of geschopt en/of geslagen, en welk door hem gepleegd geweld enig lichamelijk letsel (een bloedende hoofdwond) voor [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] ten gevolge heeft gehad."</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.2.2. Daarvan is bewezenverklaard dat:</para>
      <para>"hij op 16 december 2006 te Nijmegen met een ander, op of aan de openbare weg, de Grote Markt, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1], welk geweld bestond uit stompen en slaan en schoppen tegen het hoofd en/of lichaam, waarbij hij, verdachte, heeft gestompt en/of geslagen."</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.2.3. Deze bewezenverklaring steunt op de bewijsvoering zoals weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 14 en 15.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.3. Het middel berust op de opvatting dat, gelet op die bewezenverklaring, uit de gebezigde bewijsmiddelen moet kunnen volgen dat de verdachte tegen het hoofd en/of lichaam van Janssen heeft gestompt en/of geslagen. Die opvatting is onjuist. Bij een dergelijke, op art. 141 Sr toegesneden bewezenver-klaring is voldoende dat uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat de verdachte een voldoende significante of wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het bewezenverklaarde geweld (vgl. HR 11 november 2003, LJN AL6209, NJ 2003/573). </para>
      <para>In het onderhavige geval is dus niet vereist dat die bewijsmiddelen inhouden dat het stompen en/of slaan van [slachtoffer 1] door de verdachte is geschied.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.4. Het middel faalt.</para>
    <para />
    <para>4. Beslissing</para>
    <para />
    <para>De Hoge Raad verwerpt het beroep.</para>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en C.H.W.M. Sterk, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 19 april 2011.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>