<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2010:BO1808</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T19:02:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BO1808</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-12-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">09/01592</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2010:BO1808" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2010:BO1808</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001830&amp;artikel=81&amp;g=2010-12-24">Wet op de rechterlijke organisatie 81</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2011/52</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2011/14</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2010:BO1808">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2010:BO1808</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T07:07:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-12-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2010:BO1808 Hoge Raad , 24-12-2010 / 09/01592</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2010:BO1808:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verbintenissenrecht/Procesrecht. Koopovereenkomst aan zijde koper onder invloed van dwaling tot stand gekomen? (art. 81 RO). Voorwaarde die hof in dictum heeft verzuimd te verbinden aan veroordeling tot betaling door Hoge Raad alsnog aan de door het hof uitgesproken veroordeling verbonden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2010:BO1808:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>24 december 2010</para>
      <para>Eerste Kamer</para>
      <para>09/01592</para>
      <para>RM/MD</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[Eiser],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>EISER tot cassatie, </para>
      <para>advocaat: mr. P.S. Kamminga,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>t e g e n</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[Verweerder],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>VERWEERDER in cassatie, </para>
      <para>advocaat: mr. P. Garretsen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder].</para>
    <para />
    <para>1. Het geding</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: </para>
      <para>a. zijn arrest tussen partijen in de zaak C01/238, LJN AF2843, NJ 2003/361, van 4 april 2003;</para>
      <para>b. het arrest in de zaak 03/1676 / 105.001.382/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 28 november 2006, 22 mei 2007 (tussenarresten) en 27 januari 2009 (eindarrest). </para>
      <para>De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Het tweede geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen zowel de tussenarresten als het eindarrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.</para>
      <para>De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.</para>
      <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot:</para>
      <para>- vernietiging van het eindarrest van het hof, doch slechts ten aanzien van het onder 29 van de conclusie vermelde onderdeel van het dictum, en afdoening van de zaak door de Hoge Raad in voege als onder 29 is aangegeven, en </para>
      <para>- verwerping van het beroep voor het overige.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van het middel</para>
    <para />
    <para>3.1 De onderdelen Ia, Ib, Ic, IIIa en IIIb kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
    <para />
    <para>3.2 Onderdeel II is in zoverre terecht voorgedragen dat het hof heeft verzuimd aan de veroordeling van [eiser] de in het dictum van het bestreden arrest gespecificeerde bedragen aan [verweerder] te betalen, de voorwaarde te verbinden dat [verweerder] het ten processe bedoelde motorjacht aan [eiser] afgeeft. De Hoge Raad kan zelf de zaak afdoen door deze voorwaarde alsnog aan de door het hof uitgesproken veroordeling te verbinden. </para>
    <para />
    <para>3.3 De overige door onderdeel II aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
    <para />
    <para>4. Beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>vernietigt de beschikking van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 27 januari 2009 voor zover [eiser] in het dictum daarvan onvoorwaardelijk is veroordeeld de daarin gespecificeerde bedragen aan [verweerder] te betalen, en in zoverre opnieuw rechtdoende:</para>
      <para>verbindt aan deze veroordeling alsnog de voorwaarde dat [verweerder] het ten processe bedoelde motorjacht [A] aan [eiser] afgeeft;</para>
      <para>verwerpt het beroep voor het overige;</para>
      <para>compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus, dat iedere partij de hare draagt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 24 december 2010.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>