<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2010:BL9544</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T17:25:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BL9544</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-06-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">09/01143</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2010:BL9544" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2010:BL9544</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSGR:2008:BH2756" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#(Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen">In cassatie op : ECLI:NL:GHSGR:2008:BH2756, (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2010, 754</rdf:li>
          <rdf:li>FJR 2010, 109 met annotatie van I.J. Pieters</rdf:li>
          <rdf:li>NJB 2010, 1340</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2010/228</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2010:BL9544">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2010:BL9544</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T06:10:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-06-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2010:BL9544 Hoge Raad , 11-06-2010 / 09/01143</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2010:BL9544:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Procesrecht. Motivering; appelrechter die zijn beslissing op een bepaald bewijsstuk heeft gebaseerd, is niet kenbaar ingegaan op de stellingen van een procespartij die ertoe strekken dat aan het desbetreffende bewijsstuk geen betekenis toekomt en heeft zijn oordeel aldus ontoereikend gemotiveerd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2010:BL9544:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>11 juni 2010</para>
      <para>Eerste Kamer</para>
      <para>09/01143</para>
      <para>EE/AS</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Beschikking</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[De man], </para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>VERZOEKER tot cassatie,</para>
      <para>advocaat: mr. P. Garretsen, </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>t e g e n</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[De vrouw],</para>
      <para>wonende te [woonplaats], </para>
      <para>VERWEERSTER in cassatie, </para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.</para>
    <para />
    <para>1. Het geding in feitelijke instanties</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: </para>
      <para>a. de beschikkingen in de zaak 266401 F2 RK 06-1944 van de rechtbank Rotterdam van 6 december 2006 en 7 mei 2007, </para>
      <para>b. de beschikkingen in de zaak 105.011.687/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 16 juli 2008 en 17 december 2008. </para>
      <para>De eindbeschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Het geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen de eindbeschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend.</para>
      <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking van het gerechtshof te 's-Gravenhage en tot verwijzing van de zaak naar een ander gerechtshof ter verdere behandeling en beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van de middelen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.1 In cassatie kan worden uitgegaan van de in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2 vermelde feiten die als volgt kunnen worden samengevat. </para>
      <para>Partijen zijn in 1967 met elkaar gehuwd. Dit huwelijk is op 10 augustus 1994 door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking ontbonden. Aan de vrouw is ten laste van de man een onderhoudsbijdrage toegekend. </para>
      <para>De verplichting tot levensonderhoud van de man jegens de vrouw eindigde ingevolge art. 1:157 lid 4 BW op 10 augustus 2006.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.2 De vrouw heeft verlenging van de in art. 1:157 lid 4 BW bedoelde wettelijke termijn verzocht. De man heeft tegen dit verzoek verweer gevoerd. De rechtbank heeft het verzoek afgewezen. Het hof heeft de onderhoudsbijdrage met ingang van 10 augustus 2006 bepaald op een bedrag van € 1.000,-- per maand met bepaling dat de onderhoudsverplichting eindigt op 26 juni 2012, de dag waarop de vrouw de leeftijd van 65 jaar bereikt. Het hof overwoog dat uit de door de vrouw overgelegde arbeidskundige rapportage de conclusie kan worden getrokken dat de vrouw op grond van haar gezondheid niet in staat is geweest door eigen arbeid in haar onderhoud te voorzien, en dat het haar niet euvel te duiden is dat zij niet steeds sollicitatiepogingen heeft ondernomen. </para>
    <para />
    <para>3.3 Onderdeel I voldoet niet aan de ingevolge art. 426a Rv. aan een cassatieklacht te stellen eisen. </para>
    <para />
    <para>3.4 Onderdeel II slaagt. De man heeft ten aanzien van de door de vrouw overgelegde arbeidskundige rapportage een aantal stellingen ingenomen die ertoe strekken dat aan deze rapportage geen betekenis kan worden toegekend. Het hof is niet kenbaar op deze stellingen ingegaan. Nu het hof aan deze rapportage wel beslissende betekenis heeft toegekend, is zijn oordeel door dit verzuim ontoereikend gemotiveerd. </para>
    <para />
    <para>3.5 De overige middelen behoeven geen behandeling.</para>
    <para />
    <para>4. Beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>vernietigt de beschikking van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 17 december 2008;</para>
      <para>verwijst het geding ter verdere behandeling en beslissing naar het gerechtshof te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 11 juni 2010.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>