<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2010:BL6186</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T07:21:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BL6186</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-04-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">09/03739</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2010:BL6186" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2010:BL6186</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001827&amp;artikel=426&amp;g=2010-04-23">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 426</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJ 2010, 243</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2010, 562</rdf:li>
          <rdf:li>NJB 2010, 1026</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2010/186</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2010:BL6186">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2010:BL6186</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T06:01:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-04-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2010:BL6186 Hoge Raad , 23-04-2010 / 09/03739</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2010:BL6186:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Cassatie. Ontvankelijkheid cassatieberoep; cassatietermijn van drie maanden; Rijkswet op het Nederlanderschap schrijft geen afwijkende cassatietermijn voor en kent ook geen afwijkende bepaling omtrent het aanvangstijdstip voor de cassatietermijn; toepasselijkheid van art. 426 lid 1 Rv..</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2010:BL6186:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>23 april 2010</para>
      <para>Eerste Kamer</para>
      <para>09/03739</para>
      <para>EE</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Beschikking</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[Verzoeker], </para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>VERZOEKER tot cassatie,</para>
      <para>advocaat: mr. R.H. Dormeier, </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>t e g e n</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>DE STAAT DER NEDERLANDEN,</para>
      <para>zetelende te 's-Gravenhage, </para>
      <para>VERWEERDER in cassatie, </para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en de Staat.</para>
    <para />
    <para>1. Het geding in feitelijke instantie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar het navolgende stuk: </para>
      <para>a. de beschikking in de zaak 307968/HA RK 08-347 van de rechtbank 's-Gravenhage van 4 juni 2009. </para>
      <para>De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Het geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen de beschikking van de rechtbank heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>De Staat heeft geen verweerschrift ingediend.</para>
      <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [verzoeker] in diens cassatieberoep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ingevolge art. 426 lid 1 Rv. kan tegen beschikkingen beroep in cassatie worden ingesteld binnen drie maanden, te rekenen van de dag van de uitspraak. Aangezien de Rijkswet op het Nederlanderschap geen afwijkende cassatietermijn voorschrijft en ook geen afwijkende bepaling kent omtrent het aanvangstijdstip voor de cassatietermijn, is art. 426 lid 1 Rv. op het onderhavige cassatieberoep van toepassing.</para>
      <para>De cassatietermijn verstreek in het onderhavige geval op 4 september 2009. Het verzoekschrift is op 15 september 2009 ingekomen ter griffie van de Hoge Raad, zodat het cassatieberoep te laat is ingesteld.</para>
      <para>Verzoeker zal derhalve in zijn cassatieverzoek niet-ontvankelijk worden verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Beslissing</para>
    <para />
    <para>De Hoge Raad verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn beroep.</para>
    <para />
    <para>Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 23 april 2010.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>