<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2010:BL5450</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T21:23:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BL5450</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-04-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">09/01267</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2010:BL5450" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2010:BL5450</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001860&amp;artikel=27&amp;g=2010-04-23">Faillissementswet 27</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001860&amp;artikel=25&amp;g=2010-04-23">Faillissementswet 25</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001827&amp;artikel=332&amp;g=2010-04-23">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 332</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001827&amp;artikel=398&amp;g=2010-04-23">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 398</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJ 2010, 245</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2010, 564</rdf:li>
          <rdf:li>NJB 2010, 1025</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2010/165</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2010:BL5450">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2010:BL5450</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T05:59:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-04-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2010:BL5450 Hoge Raad , 23-04-2010 / 09/01267</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2010:BL5450:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Procesrecht; overname vordering door curator; verlies van hoedanigheid van procespartij; niet-ontvankelijkheid van cassatieberoep.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2010:BL5450:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>23 april 2010</para>
      <para>Eerste Kamer</para>
      <para>09/01267</para>
      <para>EE</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[Eiser],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>EISER tot cassatie, </para>
      <para>advocaat: mr. P. Garretsen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>t e g e n</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[Verweerster],</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats],</para>
      <para>VERWEERSTER in cassatie,</para>
      <para>advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerster].</para>
    <para />
    <para>1. Het geding in feitelijke instanties</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: </para>
      <para>a. de vonnissen in de zaak 233058\CV EXPL 01-1944 van de kantonrechter te 's-Gravenhage, locatie Gouda, van 25 juli 2002, 2 oktober 2003, 12 augustus 2004, 2 december 2004, 20 januari 2005 en 5 oktober 2006,</para>
      <para>b. het arrest in de zaak 105.006.066/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 16 september 2008. </para>
      <para>Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Het geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. </para>
      <para>[Verweerster] heeft primair geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van het beroep en subsidiair tot verwerping daarvan.</para>
      <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot niet-ontvankelijkheid verklaring van het beroep. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep</para>
    <para />
    <para>3.1 De vordering van [eiser] strekt tot betaling van schadevergoeding en smartengeld wegens letselschade die [eiser] stelt te hebben geleden in de uitoefening van zijn werkzaamheden voor [verweerster]. [Eiser] is op 2 juni 2003, hangende de procedure bij de rechtbank, in staat van faillissement verklaard. De curator heeft ingevolge art. 27 lid 3 F. met toestemming van de rechter-commissaris de procedure overgenomen. Nadat bij tussenvonnis van 5 oktober 2006 door de rechtbank hoger beroep was opengesteld, heeft [verweerster] de curator gedagvaard voor het hof en hoger beroep aangezegd van de door de rechtbank gewezen tussenvonnissen. Het hof heeft deze tussenvonnissen vernietigd en de door [eiser] ingestelde vordering afgewezen.</para>
    <para />
    <para>3.2 Uit hetgeen hiervoor in 3.1 is overwogen blijkt dat de curator de vordering van [eiser] heeft overgenomen, waardoor deze buiten het geding is komen te staan en geen procespartij meer is. Het arrest van het hof, waartegen [eiser] beroep in cassatie heeft ingesteld, is (dan ook) gewezen tussen [verweerster] en de curator. De bevoegdheid om van dit arrest beroep in cassatie in te stellen komt alleen toe aan deze partijen. [Eiser] kan daarom niet worden ontvangen in zijn beroep.</para>
    <para />
    <para>4. Beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn beroep;</para>
      <para>veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 358,38 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 23 april 2010.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>