<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2010:BL4087</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T07:18:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BL4087</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-04-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08/03940</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2010:BL4087" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2010:BL4087</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHAMS:2008:BD8715" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2008:BD8715, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001830&amp;artikel=81&amp;g=2010-04-09">Wet op de rechterlijke organisatie 81</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2010, 516</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2010/144</rdf:li>
          <rdf:li>JBO 2010/42 met annotatie van H.J. Bos</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2010:BL4087">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2010:BL4087</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T05:56:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-04-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2010:BL4087 Hoge Raad , 09-04-2010 / 08/03940</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2010:BL4087:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Onrechtmatige daad. Aansprakelijkheid voor niet goed uitgevoerde bodemsanering; eigen schuld gemeente. (81 RO)</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2010:BL4087:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>9 april 2010</para>
      <para>Eerste Kamer</para>
      <para>08/03940</para>
      <para>EE/MD</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>DE STAAT DER NEDERLANDEN, (Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer),</para>
      <para>zetelende te 's-Gravenhage,</para>
      <para>EISER tot cassatie, verweerder in het incidentele cassatieberoep, </para>
      <para>advocaat: mr. D. Stoutjesdijk,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>t e g e n</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. KUWAIT PETROLEUM (NEDERLAND) B.V.,</para>
      <para>gevestigd te Rotterdam,</para>
      <para>VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het incidentele cassatieberoep, </para>
      <para>advocaat: mr. R.A.A. Duk, </para>
      <para>2. [Verweerster 2], </para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats], </para>
      <para>VERWEERSTER in cassatie,</para>
      <para>advocaat: mr. E. van Staden ten Brink.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Partijen zullen hierna ook worden aangeduid onderscheidenlijk als de Staat, Kuwait en [verweerster 2].</para>
    <para />
    <para>1. Het geding in feitelijke instanties</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: </para>
      <para>a. de vonnissen in de zaak 224315/HA ZA 01-1861 van de rechtbank Amsterdam van 27 februari 2002 en 24 september 2003,</para>
      <para>b. de arresten in de zaken 106.001.230/01 (rolnummer 79/04) en 106.001.234/01 (rolnummer 95/04) van het gerechtshof te Amsterdam van 23 september 2004, 10 november 2005, 8 december 2005 en 22 mei 2008. </para>
      <para>Het eindarrest van het hof is aan dit arrest gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Het geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen het eindarrest van het hof heeft de Staat beroep in cassatie ingesteld. Kuwait en [verweerster 2] hebben geconcludeerd tot verwerping. Kuwait heeft voorts incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord van Kuwait, tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit. </para>
      <para>De Staat heeft geconcludeerd tot verwerping van het incidentele beroep. </para>
      <para>De zaak is voor de Staat en [verweerster 2] toegelicht door hun advocaten, en voor Kuwait door mr. M.J. Schenck en mr. Y. Tijms, advocaten te Amsterdam.</para>
      <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt in zowel het principale als het incidentele cassatieberoep van Kuwait tot verwerping van het beroep. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep </para>
    <para />
    <para>De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
    <para />
    <para>4. Beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>in het principale beroep:</para>
      <para>verwerpt het beroep;</para>
      <para>veroordeelt de Staat in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Kuwait begroot op € 6.052,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris en aan de zijde van [verweerster 2] begroot op € 6.052,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in het incidentele beroep:</para>
      <para>verwerpt het beroep;</para>
      <para>veroordeelt Kuwait in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann, A. Hammerstein en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 9 april 2010.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>