<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2010:BL3221</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T09:19:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BL3221</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-04-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">09/02680 J</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2010:BL3221" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2010:BL3221</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2010, 554</rdf:li>
          <rdf:li>NJB 2010, 920</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2010:BL3221">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2010:BL3221</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T05:54:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-04-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2010:BL3221 Hoge Raad , 13-04-2010 / 09/02680 J</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2010:BL3221:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontvankelijkheid cassatieberoep. Tussenarrest teneinde de AG in de gelegenheid te stellen nader te concluderen, nu op basis van een brief van de administratie van de HR er rekening mee moet worden gehouden dat de raadsman ervan is uitgegaan dat de aanzegging aan verdachte op een later tijdstip is betekend.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2010:BL3221:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>13 april 2010</para>
      <para>Strafkamer</para>
      <para>Nr. 09/02680 J</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Tussenarrest</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 23 januari 2009, nummer 22/003098-08, in de strafzaak tegen:</para>
      <para>[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992, wonende te [woonplaats]. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. B. Vermeirssen, advocaat te Goes, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. </para>
      <para>De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.2. De raadsman heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.</para>
    <para />
    <para>2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.1. De stukken van het geding houden het volgende in:</para>
      <para>(i) op 24 augustus 2009 is aan de verdachte in persoon een aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv uitgereikt;</para>
      <para>(ii) bij brieven van 2 september 2009 is door de administratie van de Hoge Raad aan de raadsman mededeling gedaan van die datum van de betekening van de aanzegging en is hem een afschrift gestuurd van de aanzegging met een kopie van de akte van uitreiking;</para>
      <para>(iii) een van deze brieven houdt het volgende in:</para>
      <para>"In de zaak tegen</para>
      <para>Naam [Verdachte]</para>
      <para>(...)</para>
      <para>treedt u op als advocaat. (...) De aanzegging ex artikel 435, lid 1, Sv is op 2 september 2009 betekend. Een op straffe van niet-ontvankelîjkheid van het beroep vereiste schriftuur, houdende middelen van cassatie, kan binnen zestig dagen na deze datum bij de Hoge Raad worden ingediend. (...)"</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>(iv) namens de verdachte is op 26 oktober 2009 een cassatieschriftuur ingediend.</para>
    <para />
    <para>2.2. Gelet op de inhoud van de hiervoor onder (iii) genoemde brief moet rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat de raadsman van de verdachte overeenkomstig het in die brief gestelde ervan is uitgegaan dat de aanzegging was betekend op 2 september 2009 en dat daarom de termijn voor het indienen van de schriftuur op 26 oktober 2009 nog niet was verstreken. Daarin vindt de Hoge Raad aanleiding de verdachte ontvankelijk te achten in het cassatieberoep. </para>
    <para />
    <para>3. Slotsom</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het beroep en heeft zich niet uitgelaten over de voorgestelde middelen.</para>
      <para>De Hoge Raad is van oordeel dat de Advocaat-Generaal daartoe alsnog in de gelegenheid behoort te worden gesteld. Met het oog daarop dient de zaak naar de rolzitting te worden verwezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>verwijst de zaak naar de rolzitting van 20 april 2010; </para>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door de raadsheer B.C. de Savornin Lohman als voorzitter, en de raadsheren W.M.E. Thomassen en M.A. Loth, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 13 april 2010.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>