<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2010:BL1446</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T20:25:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BL1446</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-03-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">09/00443</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2010:BL1446" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2010:BL1446</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001830&amp;artikel=81&amp;g=2010-03-19">Wet op de rechterlijke organisatie 81</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2010, 438</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2010/113</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2010:BL1446">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2010:BL1446</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T05:50:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-03-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2010:BL1446 Hoge Raad , 19-03-2010 / 09/00443</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2010:BL1446:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Familierecht. Echtscheiding. Partner alimentatie. Verplichting tot terugbetaling teveel ontvangen partneralimentatie? (art. 81 RO).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2010:BL1446:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>19 maart 2010</para>
      <para>Eerste Kamer</para>
      <para>09/00443</para>
      <para>EE/AS</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Beschikking</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[De vrouw], </para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>VERZOEKSTER tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidentele beroep,</para>
      <para>advocaat: mr. H.J.W. Alt, </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>t e g e n</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[De man],</para>
      <para>wonende te [woonplaats], </para>
      <para>VERWEERDER in cassatie, verzoeker in het voorwaardelijk incidentele beroep, </para>
      <para>advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.</para>
    <para />
    <para>1. Het geding in feitelijke instanties</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met een op 27 februari 2004 ter griffie van de rechtbank Groningen ingekomen verzoekschrift heeft de vrouw zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, echtscheiding tussen partijen uit te spreken en te bepalen dat de man aan de vrouw als bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud een bedrag van € 8.500,-- per maand zal voldoen. Voorts heeft de vrouw nevenvoorzieningen verzocht met betrekking tot, voorzover in cassatie nog van belang, het voortgezet gebruik van de echtelijke woning. </para>
      <para>De man heeft verzocht het verzoek tot echtscheiding toe te wijzen en de nevenvoorzieningen bestreden. Voorts heeft de man bij wege van zelfstandig tegenverzoek, voorzover in cassatie nog van belang, verzocht de overwaarde van de echtelijke woning aan hem toe te bedelen.</para>
      <para>De rechtbank heeft bij tussenbeschikking van 31 augustus 2004 echtscheiding tussen partijen uitgesproken. Na verder processueel debat en tussenvonnissen van 28 juni 2005, 13 december 2005, 17 januari 2006 en 27 juni 2006 heeft de rechtbank bij eindbeschikking van 5 december 2006, voorzover in cassatie nog van belang, de echtelijke woning aan de man toebedeeld. Voorts heeft de rechtbank bepaald dat de man aan de vrouw de helft van de overwaarde van de woning dient te voldoen en een bedrag van € 4.175,-- per maand als bijdrage in de kosten van het levensonderhoud van de vrouw. </para>
      <para>Tegen de eindbeschikking heeft de vrouw hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden. De man heeft incidenteel appel ingesteld. </para>
      <para>Bij (tussen)beschikking van 31 oktober 2008 heeft het hof de beschikking van de rechtbank vernietigd voorzover daarbij de partneralimentatie is vastgesteld en, in zoverre opnieuw rechtdoende, bepaald dat de door man de aan de vrouw te betalen bijdrage in haar levensonderhoud met ingang van 17 mei 2005 tot 6 februari 2007 € 1.342,-- per maand zal zijn, met ingang van 6 februari 2007 tot 1 september 2007 € 304,-- per maand zal zijn en met ingang van 1 september 2007 € 2.873,-- per maand zal zijn. Voorts heeft het hof de vrouw veroordeeld het teveel ontvangen bedrag aan partneralimentatie aan de man terug te betalen, het meer of anders verzochte met betrekking tot de partneralimentatie afgewezen en het verzoek van de man tot vaststelling van een door de vrouw te betalen vergoeding voor het gebruik van de voormalige echtelijke woning afgewezen. </para>
      <para>De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Het geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. De man heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. Het cassatierekest en het verweerschrift tevens houdende voorwaardelijk incidenteel beroep zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.</para>
      <para>Partijen hebben over en weer verzocht het beroep te verwerpen.</para>
      <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.</para>
      <para>De advocaat van de vrouw heeft bij brief van 5 februari 2010 op die conclusie gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van het middel in het principale beroep</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
      <para>Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Beslissing</para>
    <para />
    <para>De Hoge Raad verwerpt het principale beroep.</para>
    <para />
    <para>Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.A.M. van Schendel op 19 maart 2010.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>