<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2010:BL1123</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T09:32:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BL1123</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-03-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08/03696</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2010:BL1123" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2010:BL1123</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001827&amp;artikel=772&amp;g=2010-03-19">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 772</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJ 2010, 173</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2010, 436</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2010/106</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2010:BL1123">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2010:BL1123</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T05:50:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-03-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2010:BL1123 Hoge Raad , 19-03-2010 / 08/03696</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2010:BL1123:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Procesrecht. Dient de vervallen beslagsom als bedoeld in art. 772 lid 3 (oud) Rv door de gerendeerde aan de rendant terugbetaald te worden, indien de rendant na het verval van de beslagsom alsnog rekening en verantwoording aflegt? (art. 81 RO).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2010:BL1123:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>19 maart 2010</para>
      <para>Eerste Kamer</para>
      <para>08/03696</para>
      <para>EE/AS</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[Eiser],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>EISER tot cassatie, </para>
      <para>advocaat: mr. P. Garretsen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>t e g e n</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. [Verweerster 1],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>2. [Verweerster 2], </para>
      <para>wonende te [woonplaats], </para>
      <para>VERWEERSTERS in cassatie, </para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerster] c.s.</para>
    <para />
    <para>1. Het geding in feitelijke instanties</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[Eiser] heeft bij exploten van 2 en 8 mei 2007 [verweerster] c.s. gedagvaard voor de rechtbank Alkmaar en gevorderd, kort gezegd, te verklaren voor recht dat [eiser] rekening en verantwoording heeft afgelegd zoals bedoeld in het vonnis van de rechtbank van 22 februari 1990 en voorts [verweerster] c.s. te veroordelen aan [eiser] te betalen een bedrag van € 45.378,02, met rente en kosten.</para>
      <para>De rechtbank heeft bij verstekvonnis van 4 juli 2007 de vorderingen afgewezen.</para>
      <para>Tegen het verstekvonnis van de rechtbank heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. </para>
      <para>Bij arrest van 27 maart 2008 heeft het hof het verstekvonnis van de rechtbank vernietigd en, opnieuw rechtdoende, voor recht verklaard dat [eiser] rekening en verantwoording heeft afgelegd zoals bedoeld in het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank van 22 februari 1990. Het meer of anders gevorderde heeft het hof afgewezen. </para>
      <para>Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Het geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>Tegen [verweerster] c.s. is verstek verleend.</para>
      <para>De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.</para>
      <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van het middel</para>
    <para />
    <para>Het middel faalt op de gronden uiteengezet in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 9 tot en met 14.</para>
    <para />
    <para>4. Beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>verwerpt het beroep;</para>
      <para>veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] c.s. begroot op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.A.M. van Schendel op 19 maart 2010.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>