<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2010:BK7672</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T12:23:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BK7672</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-02-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08/05227</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2010:BK7672" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2010:BK7672</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001830&amp;artikel=81&amp;g=2010-02-05">Wet op de rechterlijke organisatie 81</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2010, 264</rdf:li>
          <rdf:li>VR 2011/113</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2010/37</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2010:BK7672">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2010:BK7672</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T05:41:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-02-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2010:BK7672 Hoge Raad , 05-02-2010 / 08/05227</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2010:BK7672:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verkeersongeval. Heeft het risico waartegen art. 19 RVV bescherming beoogt te bieden zich verwezenlijkt? Omkeringsregel. Causaal verband. (art. 81 RO).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2010:BK7672:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>5 februari 2010</para>
      <para>Eerste Kamer</para>
      <para>08/05227</para>
      <para>EE/TT</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[Eiser],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>EISER tot cassatie, </para>
      <para>advocaten: mr. D. Rijpma en mr. R.L. Bakels,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>t e g e n</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. [Verweerder 1],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>2. TURIEN &amp; CO ASSURADEUREN C.V., </para>
      <para>gevestigd te Alkmaar, </para>
      <para>VERWEERDERS in cassatie, </para>
      <para>advocaat: mr. J. Streefkerk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en verweerders ieder afzonderlijk als [verweerder 1] en Turien.</para>
    <para />
    <para>1. Het geding in feitelijke instanties</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[Eiser] heeft bij exploot van 26 juni 2006 [verweerder 1] en Turien gedagvaard voor de rechtbank Almelo en gevorderd, kort gezegd, </para>
      <para>- voor recht te verklaren dat [verweerder 1] en Turien hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de door [eiser] geleden en nog te lijden schade die veroorzaakt is door het hem op 3 oktober 2004 overkomen ongeval, </para>
      <para>- [verweerder 1] en Turien hoofdelijk te veroordelen aan [eiser] te voldoen bij wijze van voorschot een bedrag van € 6.500,--, althans een zodanig bedrag als de rechtbank in goede justitie meent dat behoort; en</para>
      <para>- [verweerder 1] en Turien hoofdelijk te veroordelen tot vergoeding van de door [eiser] geleden en nog te lijden schade op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>[Verweerder 1] en Turien hebben de vordering bestreden.</para>
      <para>De rechtbank heeft bij (tussen)vonnis van 18 april 2007, voorzover in cassatie nog van belang, [verweerder 1] en Turien een bewijsopdracht gegeven zoals overwogen in rov. 8 van het vonnis en bepaald dat hoger beroep van het tussenvonnis mogelijk is.</para>
      <para>Tegen voornoemd vonnis van de rechtbank hebben [verweerder 1] en Turien hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.</para>
      <para>Na een tussenarrest van 24 juli 2007 heeft het hof bij tussenarrest van 9 september 2008 het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak teruggewezen naar de rechtbank om te worden afgedaan met inachtneming van zijn arrest. </para>
      <para>Het Hof heeft bij beslissing van 28 oktober 2008 bepaald dat tegen het tussenarrest van 9 september 2008 reeds nu beroep in cassatie kan worden ingesteld.</para>
      <para>Het tussenarrest van het hof van 9 september 2008 en de beslissing van het hof van 28 oktober 2008 zijn aan dit arrest gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Het geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen het tussenarrest van het hof van 9 september 2008 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>[Verweerder 1] en Turien hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.</para>
      <para>De zaak is voor [eiser] namens zijn advocaten toegelicht door mr. M.S. van der Keur, advocaat bij de Hoge Raad, en voor [verweerder 1] en Turien door hun advocaat.</para>
      <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO. </para>
      <para>Mr. M.S. van der Keur, voornoemd, heeft bij brief van 17 december 2009 namens [eiser] op die conclusie gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van het middel</para>
    <para />
    <para>De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
    <para />
    <para>4. Beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>verwerpt het beroep;</para>
      <para>veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Turien c.s. begroot op € 374,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.A.M. van Schendel op 5 februari 2010.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>