<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2010:BK2971</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T17:47:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BK2971</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-02-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08/00907 B</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2010:BK2971" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2010:BK2971</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJ 2010, 103 met annotatie van M.J. Borgers</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2010, 267</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2010:BK2971">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2010:BK2971</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T05:27:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-02-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2010:BK2971 Hoge Raad , 02-02-2010 / 08/00907 B</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2010:BK2971:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Cassatie ingesteld middels faxbericht raadsman. Ontvankelijkheid. Het faxbericht van advocaat kan niet worden aangemerkt als een schriftelijke bijzondere volmacht die op de voet van art. 450.1.b Sv door de klaagster zelf aan een griffiemedewerker is verleend. Een schriftelijke volmacht van een advocaat aan een griffiemedewerker om beroep in te stellen moet inhouden de verklaring van de advocaat dat hij door verdachte respectievelijk klager bepaaldelijk is gevolmachtigd tot het instellen van beroep in cassatie (vgl. HR LJN BJ7810). In aanmerking genomen dat het faxbericht van de advocaat niet inhoudt dat hij bepaaldelijk door klaagster is gemachtigd om het rechtsmiddel van cassatie in te stellen, is niet voldaan aan deze voorwaarde. O.g.v. het voorgaande kan klaagster niet in het cassatieberoep worden ontvangen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2010:BK2971:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>2 februari 2010</para>
      <para>Strafkamer</para>
      <para>Nr. 08/00907 B</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Beschikking</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te Zwolle-Lelystad van 21 november 2007, nummer RK 07/659, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:</para>
      <para>[Klaagster], wonende te [woonplaats]. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft mr. S.V. Ramdihal, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.</para>
      <para>De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klaagster in haar cassatieberoep dan wel tot verwerping van het beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.1. Tot de stukken van het geding behoort een door de griffier van de Rechtbank Zwolle-Lelystad ondertekende "Akte rechtsmiddel", inhoudende:</para>
      <para>"Zaaknr RK 07/659</para>
      <para>Appelnr 07/1351</para>
      <para>Op 4 december 2007 kwam ter griffie van deze rechtbank [...], </para>
      <para>Bureelambtenaar ter voornoemde griffie</para>
      <para>naam  [klaagster],</para>
      <para>geboren te</para>
      <para>wonende te  [woonplaats]</para>
      <para>adres   [a-straat 1],</para>
      <para>die verklaarde Cassatie in te stellen tegen de beschikking d.d. 21 november 2007 in de zaak met bovenvermeld zaaknummer gedaan door de Raadkamer Rekesten Lelystad in deze rechtbank."</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.2. Aan deze akte rechtsmiddel is onder meer een faxbericht </para>
      <para>gehecht, gericht aan de griffier van de Rechtbank "Zwolle-Lelystad, zittingsplaats Lelystad" inhoudende:</para>
      <para>"Datum   4 december 2007</para>
      <para>Ons kenmerk   20070697/SR</para>
      <para>Parketnummer   07/620333-05</para>
      <para>Rekestnummer   07/659</para>
      <para>Betreft      Machtiging griffier instellen cassatieberoep ex 450 lid 3 Sv</para>
      <para>Geachte Griffier,</para>
      <para>Hiermede verleent mijn cliënte, [klaagster], wonende aan de [a-straat 1] ([0000 AA]) te [woonplaats], aan u, op grond van de artt. 450 lid 3 jo. 552d lid 2 Sv, bijzondere volmacht tot het aanwenden van het volgende rechtsmiddel:</para>
      <para>Cassatieberoep tegen de beschikking van de Rechtbank Zwolle-Lelystad d.d. 21 november 2007, met bovengenoemde parket- en rekestnummer.</para>
      <para>In het vertrouwen van u te mogen vernemen.</para>
      <para>Hoogachtend,</para>
      <para>Sunil V. Ramdihal."</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.3.1. Het faxbericht van mr. Ramdihal houdt in dat zijn cliënte "aan u, op grond van de artt. 450 lid 3 jo. 552d lid 2 Sv, bijzondere volmacht tot het aanwenden van het volgende rechtsmiddel [verleent] (...)". Dit faxbericht kan niet worden aangemerkt als een schriftelijke bijzondere volmacht die op de voet van art. 450, eerste lid aanhef en onder b, Sv door de klaagster zelf aan een griffiemedewerker is verleend.</para>
    <para />
    <para>2.3.2. Een schriftelijke volmacht van een advocaat aan een griffiemedewerker om beroep in te stellen moet inhouden de verklaring van de advocaat dat hij door de verdachte respectievelijk de klager bepaaldelijk is gevolmachtigd tot het instellen van beroep in cassatie (vgl. HR 22 december 2009, LJN BJ7810). In aanmerking genomen dat het faxbericht van mr. Ramdihal niet inhoudt dat hij bepaaldelijk door de klaagster is gemachtigd om het rechtsmiddel van cassatie in te stellen, is niet voldaan aan deze voorwaarde.</para>
    <para />
    <para>2.4. Op grond van het voorgaande kan de klaagster niet in het cassatieberoep worden ontvangen.</para>
    <para />
    <para>3. Beslissing</para>
    <para />
    <para>De Hoge Raad verklaart de klaagster niet-ontvankelijk in het beroep.</para>
    <para />
    <para>Deze beschikking is gegeven door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en C.H.W.M. Sterk, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 februari 2010.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>