<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2009:BJ8835</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T09:21:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BJ8835</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2009-12-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08/01445</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2009:BJ8835" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BJ8835</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001830&amp;artikel=81&amp;g=2009-12-04">Wet op de rechterlijke organisatie 81</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001827&amp;artikel=198&amp;g=2009-12-04">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 198</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2009, 1431</rdf:li>
          <rdf:li>S&amp;S 2010, 60</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2009/465</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2009:BJ8835">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2009:BJ8835</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T05:15:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2009-12-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2009:BJ8835 Hoge Raad , 04-12-2009 / 08/01445</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2009:BJ8835:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzekeringsrecht/Procesrecht. Uitleg polisvoorwaarden. Verzekerd evenement. Schending art. 198 lid 2 Rv.? Passeren stellingen? (81 RO).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2009:BJ8835:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>4 december 2009</para>
      <para>Eerste Kamer</para>
      <para>08/01445</para>
      <para>EE</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[Eiseres ], mede handelende onder de naam [A],</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats],</para>
      <para>EISERES tot cassatie, </para>
      <para>advocaat: mr. P. Garretsen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>t e g e n</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. ALGEMENE RISICO VERZEKERING MAATSCHAPPIJ "MERCURIUS" N.V.,</para>
      <para>gevestigd te Nijkerk,</para>
      <para>2. AMEV SCHADEVERZEKERING N.V.,</para>
      <para>gevestigd te Utrecht,</para>
      <para>VERWEERSTERS in cassatie, </para>
      <para>advocaat: mr. R.S. Meijer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en Mercurius c.s., de verweerders ieder afzonderlijk als Mercurius en Amev.</para>
    <para />
    <para>1. Het geding in feitelijke instanties</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[eiseres] heeft bij exploot van 19 februari 2004 Mercurius c.s. gedagvaard voor de rechtbank Arnhem en gevorderd, kort gezegd, </para>
      <para>- Mercurius c.s. hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 28.812,95, te verminderen met een bedrag van € 226,90 wegens eigen risico, met rente en kosten; </para>
      <para>- Mercurius c.s. te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 120,-- wegens expertisekosten en een bedrag van € 1.776,27 wegens buitengerechtelijke kosten;</para>
      <para>- Mercurius c.s., althans Amev, te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 8.058,48, wegens bedrijfsschade en </para>
      <para>- Mercurius te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 226,98 zijnde het gedeelte van de schade dat het eigen risico betreft dat geldt bij Amev. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mercurius c.s. hebben de vordering bestreden.</para>
      <para>De rechtbank heeft, na bij tussenvonnis van 9 juni 2004 een comparitie van partijen te hebben gelast, bij eindvonnis van 25 augustus 2004 de vorderingen afgewezen.</para>
      <para>Tegen het eindvonnis van de rechtbank heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na tussenarresten van 4 april 2006, 29 augustus 2006 en 30 januari 2007, waarbij het hof een deskundigenonderzoek heeft bevolen, heeft het hof bij eindarrest van 4 december 2007 het bestreden vonnis van de rechtbank bekrachtigd.</para>
      <para>Het eindarrest van het hof is aan dit arrest gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Het geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen het eindarrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>Mercurius c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.</para>
      <para>De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor Mercurius c.s. mede door mr. J. Mencke, advocaat bij de Hoge Raad. </para>
      <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van de middelen</para>
    <para />
    <para>De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
    <para />
    <para>4. Beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>verwerpt het beroep;</para>
      <para>veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Mercurius c.s. begroot op € 374,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 4 december 2009.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>