<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2009:BH7860</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T20:15:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BH7860</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2009-06-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08/02581</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2009:BH7860" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BH7860</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001830&amp;artikel=81&amp;g=2009-06-05">Wet op de rechterlijke organisatie 81</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2009, 696</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2009/207</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2009:BH7860">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2009:BH7860</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T04:22:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2009-06-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2009:BH7860 Hoge Raad , 05-06-2009 / 08/02581</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2009:BH7860:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verbintenissenrecht. Schadevordering na fraude (81 RO). Cassatie, aan middel te stellen eisen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2009:BH7860:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>5 juni 2009</para>
      <para>Eerste Kamer</para>
      <para>08/02581</para>
      <para>EV/TT</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[Eiser],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>EISER tot cassatie, </para>
      <para>advocaat: mr. P. Garretsen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>t e g e n</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>N.V. SUBARU BENELUX,</para>
      <para>gevestigd te Brussel, België,</para>
      <para>VERWEERSTER in cassatie, </para>
      <para>advocaat: mr. R.S. Meijer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Subaru.</para>
    <para />
    <para>1. Het geding in feitelijke instanties</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Subaru heeft bij exploot van 27 oktober 2004 [eiser], Bani Motors B.V., Niba Rotterdam B.V. en [betrokkene 1] (hierna gezamenlijk: [eiser] c.s.) gedagvaard voor de rechtbank Rotterdam en gevorderd, kort gezegd: </para>
      <para>- Bani, [eiser] en [betrokkene 1] hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan Subaru van een bedrag van € 22.014.799,-- tegen behoorlijk bewijs van kwijting, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2004, althans vanaf de dag der dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
      <para>- Niba, [eiser] en [betrokkene 1] hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan Subaru van een bedrag van € 680.534,-- tegen behoorlijk bewijs van kwijting, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2004, althans vanaf de dag der dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
      <para>- gedaagden te veroordelen in de kosten van het geding, wat [eiser] en [betrokkene 1] betreft, de kosten van de beslagen daaronder begrepen.</para>
      <para>[Eiser] c.s. hebben de vorderingen bestreden.</para>
      <para>De rechtbank heeft bij vonnis van 3 mei 2006 de vorderingen toegewezen.</para>
      <para>Tegen het vonnis hebben Bani, [eiser] en [betrokkene 1] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.</para>
      <para>Bij arrest van 24 januari 2008 heeft het hof verstaan dat de procedure tussen Bani en Subaru wegens faillietverklaring van Bani is geschorst als bedoeld in artikel 29 Faillissementswet en het vonnis waarvan beroep vernietigd voor zover daarbij de vordering tegen [betrokkene 1] is toegewezen en zij in de kosten is veroordeeld en, in zoverre opnieuw rechtdoende, de vordering afgewezen. Het vonnis voor zover dit is gewezen tussen Subaru en [eiser] heeft het hof bekrachtigd.</para>
      <para>Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Het geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>Subaru heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.</para>
      <para>De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.</para>
      <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO.</para>
      <para>De advocaat van [eiser] heeft op 3 april 2009 schriftelijk op die conclusie gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van de middelen</para>
    <para />
    <para>De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
    <para />
    <para>4. Beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>verwerpt het beroep;</para>
      <para>veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Subaru begroot op € 6.052,34 aan verschotten en € 2.200,- voor salaris.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 5 juni 2009.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>