<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2009:BF3840</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-30T20:58:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BF3840</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2009-04-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">07/11724</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2009:BF3840" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BF3840</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBARN:2007:BB2088" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/sprongcassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">In sprongcassatie op: ECLI:NL:RBARN:2007:BB2088, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RN 2009, 52</rdf:li>
          <rdf:li>BNB 2009/147 met annotatie van I.J.F.A. van Vijfeijken</rdf:li>
          <rdf:li>Belastingadvies 2009/10.12</rdf:li>
          <rdf:li>V-N 2009/17.23</rdf:li>
          <rdf:li>KWEP 2009/21</rdf:li>
          <rdf:li>Vp-bulletin 2009, 35</rdf:li>
          <rdf:li>NTFR 2009/883 met annotatie van mr. A.M. Vrenegoor</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2009-0762</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2009041003</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2009:BF3840">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2009:BF3840</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T03:28:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2009-04-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2009:BF3840 Hoge Raad , 10-04-2009 / 07/11724</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2009:BF3840:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Voor toepassing van art. 12 Successiewet 1956 is niet vereist dat de verkrijger van de schenking tevens erfgenaam is, noch dat de erflater ten tijde van de schenking in Nederland woonde.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2009:BF3840:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>Nr. 07/11724</para>
      <para>10 april 2009</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <para>gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank te Arnhem van 20 augustus 2007, nr. AWB 07/123, betreffende een aanslag in het recht van successie.</para>
    <para />
    <para>1. Het geding in feitelijke instantie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan belanghebbende is een aanslag in het recht van successie opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.</para>
      <para>Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de Rechtbank.</para>
      <para>De Rechtbank heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van de Rechtbank is aan dit arrest gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. </para>
      <para>De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.</para>
      <para>Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.</para>
      <para>De Staatssecretaris heeft een conclusie van dupliek ingediend.</para>
      <para>De Advocaat-Generaal R.E.C.M. Niessen heeft op 17 september 2008 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.</para>
      <para>Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van het middel</para>
    <para />
    <para>3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.</para>
    <para />
    <para>3.1.1. Belanghebbende ontving op 27 april 2004 een schenking van haar oom (hierna: erflater). Erflater was in de periode 23 december 1974 tot 11 mei 2004 woonachtig in België. Vanaf 11 mei 2004 tot zijn overlijden op 19 mei 2004 woonde erflater in Nederland bij zijn zuster, de moeder van belanghebbende. Deze zuster is tot enig erfgenaam benoemd.</para>
    <para />
    <para>3.1.2. De Inspecteur heeft aan belanghebbende een aanslag in het recht van successie opgelegd waarbij hij de schenking met toepassing van artikel 12 van de Successiewet 1956 (hierna: SW) heeft aangemerkt als te zijn verkregen krachtens erfrecht. </para>
    <para />
    <para>3.1.3. De Rechtbank heeft de stelling van belanghebbende dat artikel 12 SW te dezen niet van toepassing is, verworpen. Daartegen richt zich het middel.</para>
    <para />
    <para>3.2. De onderwerpelijke schenking is binnen 180 dagen voor zijn overlijden gedaan door erflater, die ten tijde van dat overlijden in Nederland woonde. Ingevolge artikel 12 SW wordt een zodanige schenking voor de regeling van het recht van successie geacht krachtens erfrecht door het overlijden te zijn verkregen. Artikel 12 SW is derhalve naar zijn tekst van toepassing op de schenking. Noch de geschiedenis van de totstandkoming van deze bepaling, noch de uit die geschiedenis blijkende strekking daarvan, zoals weergegeven in onderdeel 4.7 van de conclusie van de Advocaat-Generaal, bieden een voldoende aanknopingspunt voor de in het middel verdedigde opvatting dat artikel 12 SW buiten toepassing moet blijven ingeval degene aan wie is geschonken niet tevens als verkrijger krachtens erfrecht is aangewezen. Hetzelfde geldt voor de opvatting dat artikel 12 SW buiten toepassing zou moeten blijven omdat erflater ten tijde van de schenking nog in België woonde. Het middel treft derhalve geen doel.</para>
    <para />
    <para>4. Proceskosten</para>
    <para />
    <para>De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.</para>
    <para />
    <para>5. Beslissing</para>
    <para />
    <para>De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond. </para>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren C.J.J. van Maanen, C. Schaap, J.W.M. Tijnagel en A.H.T. Heisterkamp, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2009.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>