<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2008:BG2241</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T20:58:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BG2241</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2008-12-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C07/163HR</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2008:BG2241" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2008:BG2241</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001830&amp;artikel=81&amp;g=2008-12-19">Wet op de rechterlijke organisatie 81</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JOL 2008, 1014</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2009, 114</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2008/525</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2008:BG2241">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2008:BG2241</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T03:41:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2008-12-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2008:BG2241 Hoge Raad , 19-12-2008 / C07/163HR</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2008:BG2241:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Overeenkomstenrecht. Wanprestatie; beroep op overmacht (81 RO).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2008:BG2241:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>19 december 2008</para>
      <para>Eerste Kamer</para>
      <para>Nr. C07/163HR</para>
      <para>RM/IS</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de vennootschap naar Deens recht</para>
      <para>SUNPROJUICE.DK A/S,</para>
      <para>gevestigd te Ringsted, Denemarken,</para>
      <para>EISERES tot cassatie, </para>
      <para>advocaat: aanvankelijk mr. H.J.A. Knijff, thans mr. R.A.A. Duk,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>t e g e n</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>TRADIN ORGANIC AGRICULTURE B.V.,</para>
      <para>gevestigd te Huizen,</para>
      <para>VERWEERSTER in cassatie, </para>
      <para>advocaat: mr. D.M. de Knijff.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Sunprojuice en Tradin.</para>
    <para />
    <para>1. Het geding in feitelijke instanties</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Sunprojuice heeft bij exploot van 18 juni 2003 Tradin gedagvaard voor de rechtbank Amsterdam en gevorderd, kort gezegd, Tradin te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van $ 632.737,23, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten.</para>
      <para>Tradin heeft de vordering bestreden en een vordering in reconventie ingesteld. De vordering in reconventie speelt in cassatie geen rol.</para>
      <para>De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 12 mei 2004 in conventie Tradin tot bewijslevering toegelaten en in reconventie het gevorderde afgewezen. Na getuigenverhoren heeft de rechtbank bij tussenvonnis van 4 mei 2005 Sunprojuice in de gelegenheid gesteld bij akte de aard en omvang van de door haar geleden schade nader te specificeren en van bewijsstukken te voorzien. De rechtbank heeft voorts bepaald dat tegen dit tussenvonnis hoger beroep kan worden ingesteld.</para>
      <para>Tegen het vonnis van 4 mei 2005 heeft Tradin hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. Sunprojuice heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.</para>
      <para>Bij arrest van 15 februari 2007 heeft het hof, kort gezegd, het vonnis van de rechtbank vernietigd, en de vordering in conventie alsnog afgewezen.</para>
      <para>Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Het geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen het arrest van het hof heeft Sunprojuice beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>Tradin heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.</para>
      <para>De zaak is voor Sunprojuice toegelicht door mr. B. Winters en mr. J.M.E. Citteur, beiden advocaat te Amsterdam, en voor Tradin door mr. T. Riyazi, advocaat bij de Hoge Raad.</para>
      <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.</para>
      <para>De advocaat van Sunprojuice heeft bij brief van 13 november 2008 op die conclusie gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van het middel</para>
    <para />
    <para>De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
    <para />
    <para>4. Beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>verwerpt het beroep;</para>
      <para>veroordeelt Sunprojuice in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Tradin begroot op € 5.687,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 19 december 2008.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>