<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2008:BF0715</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T16:37:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BF0715</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2008-10-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C07/145HR</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2008:BF0715" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2008:BF0715</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHLEE:2006:AZ5531" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">In cassatie op : ECLI:NL:GHLEE:2006:AZ5531, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001830&amp;artikel=81&amp;g=2008-10-31">Wet op de rechterlijke organisatie 81</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JOL 2008, 785</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2008, 997</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2008/437</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2008:BF0715">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2008:BF0715</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T03:22:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2008-10-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2008:BF0715 Hoge Raad , 31-10-2008 / C07/145HR</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2008:BF0715:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Onrechtmatige daad. Koop door werknemer van door zijn werkgever aan bank verpande bedrijfsinventaris (81 RO).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2008:BF0715:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>31 oktober 2008</para>
      <para>Eerste Kamer</para>
      <para>Nr. C07/145HR</para>
      <para>EV/TT</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[Eiser],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>EISER tot cassatie, </para>
      <para>advocaat: mr. P. Garretsen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>t e g e n</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Willem Winkel, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [A] B.V.,</para>
      <para>kantoorhoudende te Drachten,</para>
      <para>2. de coöperatieve RABOBANK BERGUM-OOSTERMEER e.o. U.A.,</para>
      <para>gevestigd te Bergum,</para>
      <para>VERWEERDERS in cassatie, </para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser], de curator en de bank. </para>
    <para />
    <para>1. Het geding in feitelijke instanties</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De curator en de bank hebben bij exploot van 19 november 2002 [eiser] gedagvaard voor de rechtbank Leeuwarden en gevorderd, kort gezegd, primair [eiser] te veroordelen aan de curator te betalen een bedrag van € 20.085,22 met wettelijke rente vanaf 5 juli 2002 en buitengerechtelijke kosten en subsidiair te verklaren voor recht dat het pandrecht van de bank nog op de in de koopovereenkomst tussen [eiser] en [A] B.V. genoemde zaken rust en tot veroordeling tot afgifte van deze zaken onder verbeurte van een dwangsom. </para>
      <para>[Eiser] heeft de vorderingen bestreden. </para>
      <para>De rechtbank heeft, na comparitie van partijen en tussenvonnis van 14 januari 2004 waarbij [eiser] is toegelaten tot bewijslevering, bij eindvonnis van 28 juli 2004 [eiser]s veroordeeld om tegen behoorlijk bewijs van betaling aan de curator te betalen een bedrag van € 20.085,22, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 juli 2002 tot aan de dag der algehele voldoening, het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde afgewezen.</para>
      <para>Tegen de vonnissen van 14 januari 2004 en 28 juli 2004 heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden. De curator en de bank hebben incidenteel hoger beroep ingesteld.</para>
      <para>Bij eindarrest van 20 december 2006 heeft het hof, na tussenarresten van 26 oktober 2005 en 31 mei 2006, in het principaal beroep de vonnissen van 14 januari 2004 en 28 juli 2004 vernietigd voor zover daarin aan de curator een bedrag van € 20.085,22 is toegewezen en, opnieuw rechtdoende, overeenkomstig de gewijzigde subsidiaire vordering van de curator en de bank voor recht verklaard dat het pandrecht van de bank rust - althans heeft gerust - op de in de koopovereenkomst tussen [eiser] en [A] B.V. d.d. 21 mei 2000 bedoelde zaken, [eiser] veroordeeld om tegen bewijs van kwijting aan de bank te betalen een bedrag van € 20.085,22 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 juli 2002 tot aan de dag der algehele voldoening, het in hoger beroep meer of anders gevorderde afgewezen, en in het incidenteel appel het beroep verworpen.</para>
      <para>De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Het geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen de arresten van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>Tegen de curator en de bank is verstek verleend.</para>
      <para>De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.</para>
      <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van de middelen</para>
    <para />
    <para>De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
    <para />
    <para>4. Beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>verwerpt het beroep;</para>
      <para>veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator en de bank begroot op nihil. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 31 oktober 2008.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>