<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2008:BF0417</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T01:45:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BF0417</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2008-10-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C07/116HR</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2008:BF0417" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2008:BF0417</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001830&amp;artikel=81&amp;g=2008-10-31">Wet op de rechterlijke organisatie 81</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001827&amp;artikel=194&amp;g=2008-10-31">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 194</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001827&amp;artikel=200&amp;g=2008-10-31">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 200</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JOL 2008, 782</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2008, 994</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2008/428</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2008:BF0417">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2008:BF0417</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T03:21:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2008-10-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2008:BF0417 Hoge Raad , 31-10-2008 / C07/116HR</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2008:BF0417:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Procesrecht; aanbieden van bewijs door een deskundigenbericht geldt niet als bewijsaanbod; niet ambtshalve toelaten partij tot bewijslevering (81 RO).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2008:BF0417:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>31 oktober 2008</para>
      <para>Eerste Kamer</para>
      <para>Nr. C07/116HR</para>
      <para>EV/TT</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. [Eiseres 1],</para>
      <para>2. [Eiser 2],</para>
      <para>beiden wonende te [woonplaats], Duitsland,</para>
      <para>EISERS tot cassatie, </para>
      <para>advocaat: mr. J.G. Pherai,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>t e g e n</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. [Verweerster 1],</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats],</para>
      <para>2. [Verweerder 2],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>3. [Verweerder 3],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>VERWEERDERS in cassatie, </para>
      <para>advocaat: mr. H.J.W. Alt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Partijen zullen hierna ook gezamenlijk worden aangeduid als [eiser] en [verweerder].</para>
    <para />
    <para>1. Het geding in feitelijke instanties</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[Eiser] heeft bij exploot van 5 april 2004 [verweerder] gedagvaard voor de rechtbank Almelo en, na wijziging van eis, gevorderd [verweerder] te veroordelen om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 24.341,14, met rente en kosten.</para>
      <para>[Verweerder] heeft de vordering bestreden en, in voorwaardelijke reconventie, gevorderd, kort gezegd, [eiser] te veroordelen het bedrag van € 10.606,41 aan [verweerder] te voldoen.</para>
      <para>De rechtbank heeft bij eindvonnis van 1 december 2004, in conventie en reconventie, de vordering van [eiser] afgewezen en [eiser] veroordeeld tot betaling aan [verweerder] van € 6.135,50.</para>
      <para>Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.</para>
      <para>Het hof heeft bij tussenarrest van 16 augustus 2005 [verweerder] tot bewijs toegelaten en bij tussenarrest van 24 januari 2006 een deskundigenonderzoek bevolen. Bij eindarrest van 5 december 2006 heeft het hof het vonnis van de rechtbank in conventie en reconventie vernietigd en, opnieuw rechtdoende, [verweerder] veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 4.107,45. </para>
      <para>De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Het geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen de arresten van 16 augustus 2005 en 5 december 2006 van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.</para>
      <para>De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.</para>
      <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep, daar de voorgedragen cassatiemiddelen geen doel treffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van de middelen</para>
    <para />
    <para>De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
    <para />
    <para>4. Beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>verwerpt het beroep;</para>
      <para>veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 676,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 31 oktober 2008.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>