<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2008:BD0196</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T17:15:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BD0196</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2008-06-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C07/024HR</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_omgevingsrecht">Bestuursrecht; Omgevingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2008:BD0196" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2008:BD0196</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001830&amp;artikel=81&amp;g=2008-06-06">Wet op de rechterlijke organisatie 81</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JOL 2008, 461</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2008, 609</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2008/266</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2008:BD0196">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2008:BD0196</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T02:40:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2008-06-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2008:BD0196 Hoge Raad , 06-06-2008 / C07/024HR</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2008:BD0196:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vervroegde onteigening; vaststelling van schadeloosstelling, peildatum (81 RO).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2008:BD0196:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>6 juni 2008</para>
      <para>Eerste Kamer</para>
      <para>Nr. C07/024HR</para>
      <para>EV/AG</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. [Eiser 1],</para>
      <para>wonende te [woonplaats], Zwitserland,</para>
      <para>2. [Eiseres 2], </para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats],</para>
      <para>3. [Eiser 3],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>4. [Eiseres 4],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>5. [Eiseres 5],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>6. [Eiseres 6],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>7. [Eiseres 7],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>8. [Eiseres 8],</para>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>EISERS tot cassatie, </para>
      <para>advocaat: mr. P. Garretsen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>t e g e n</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat),</para>
      <para>zetelende te 's-Gravenhage,</para>
      <para>VERWEERDER in cassatie, </para>
      <para>advocaat: mr. M.W. Scheltema.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en de Staat.</para>
    <para />
    <para>1. Het geding in feitelijke instantie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij op 18 mei 2001 (in twee afzonderlijke rolzaken met nummers 61402/01-176 en 61664/01-241) uitgesproken vonnissen heeft de rechtbank 's-Hertogenbosch op vordering van de Staat vervroegd de onteigening uitgesproken ten aanzien van de gedeelten van de volgende in de gemeente [A] (voorheen [B]) gelegen percelen:</para>
      <para>1. perceel kadastraal bekend als [A 001], waarvoor verder geldt:</para>
      <para>- totale oppervlakte : 8.230 m2</para>
      <para>- onteigende gedeelte: 4.200 m2</para>
      <para>- restant: 4.030 m2</para>
      <para>2. perceel kadastraal bekend als [A 002] waarvoor verder geldt:</para>
      <para>- totale oppervlakte: 27.230 m2</para>
      <para>- onteigende gedeelten:: 22.825 m2 en 160 m2</para>
      <para>- restant: 4.245 m2</para>
      <para>3. perceel kadastraal bekend als [A 003], waavoor verder geldt: </para>
      <para>- totale oppervlakte: 4.470 m2</para>
      <para>- onteigende gedeelte: 130 m2</para>
      <para>- restant: 4.340 m2 </para>
      <para>De rechtbank heeft voorts voorschotten op de schadeloosstelling bepaald en deskundigen benoemd ter begroting van de schade. De vonnissen zijn op 21 november 2001 in de openbare registers ingeschreven. Op 23 oktober 2001 heeft de descente als bedoeld in artikel 28 Onteigeningswet plaatsgevonden, waarbij als rechter-commissaris mr. J.A. Bik aanwezig was. De deskundigen hebben, na eerst op 7 oktober 2004 aan de rechtbank en partijen een concept-rapport te hebben voorgelegd, op 13 oktober 2005 het definitieve rapport ter griffie van de rechtbank gedeponeerd. Na verder processueel debat heeft de rechtbank bij vonnis van 8 november 2006, voor zover van cassatie van belang, de schadeloosstelling voor [betrokkene 1] (curator van [eiser 1]), [betrokkene 2] (huurder) en [eiser 1] nader vastgesteld waarin begrepen de reeds betaalde voorschotten, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf heden tot aan de dag der voldoening. Tevens heeft de rechtbank beslist nu [eiser 1] op de peildatum enig eigenaar was van de drie percelen, dat aan de overige gedaagden (oorspronkelijk mede-eigenaren) geen afzonderlijk recht op schadeloosstelling toekomt. Het vonnis is aan dit arrest gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Het geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[Eiser] c.s. hebben tegen het vonnis van de rechtbank van 8 november 2006 beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>De Staat heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.</para>
      <para>De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.</para>
      <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van het middel</para>
    <para />
    <para>De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
    <para />
    <para>4. Beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>verwerpt het beroep;</para>
      <para>veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat begroot op € 371,34 voor verschotten en € 2.200,-- voor salaris.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 6 juni 2008.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>