<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2008:BC6235</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T09:30:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BC6235</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2008-05-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">00410/07</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2008:BC6235" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2008:BC6235</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JOL 2008, 388</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2008, 548</rdf:li>
          <rdf:li>NJB 2008, 1230</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2008:BC6235">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2008:BC6235</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T02:29:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2008-05-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2008:BC6235 Hoge Raad , 20-05-2008 / 00410/07</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2008:BC6235:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Onttrekking aan het verkeer van schroevendraaier. In aanmerking genomen dat niet zonder meer valt in te zien waarom de aan het verkeer onttrokken verklaarde schroevendraaier van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet (zoals het Hof heeft geoordeeld), is de beslissing tot het opleggen van bedoelde maatregel niet naar de eis der wet met redenen omkleed. Nu i.c. aan de voorwaarden voor verbeurdverklaring van de schroevendraaier is voldaan zal de HR om doelmatigheidsredenen dat voorwerp verbeurd verklaren.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2008:BC6235:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>20 mei 2008</para>
      <para>Strafkamer</para>
      <para>nr. S 00410/07</para>
      <para>KM/RZ</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 30 juni 2006, nummer 21/002583-05, in de strafzaak tegen:</para>
      <para>[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in het Huis van Bewaring "Het Veer" te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. De bestreden uitspraak</para>
    <para />
    <para>Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Almelo van 11 mei 2005, voor zover aan 's Hofs oordeel onderworpen - de verdachte vrijgesproken van het bij inleidende dagvaarding onder 1 primair en 2 tenlastegelegde en hem ter zake van 1 subsidiair "poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak", 3. en 8. " eenvoudige belediging, aangedaan aan een ambtenaar, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening", 4. en 5. "diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak" en 6. "diefstal" veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf, met onttrekking aan het verkeer en teruggave van de inbeslaggenomen voorwerpen zoals in het arrest omschreven.</para>
    <para />
    <para>2. Geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. P.A. Speijdel, advocaat te Enschede, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>De Advocaat-Generaal Schipper heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van het eerste en het tweede middel</para>
    <para />
    <para>De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
    <para />
    <para>4. Beoordeling van het derde middel</para>
    <para />
    <para>4.1. Het middel komt op tegen 's Hofs beslissing tot onttrekking aan het verkeer van een schroevendraaier.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.2. De bestreden uitspraak houdt, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in:</para>
      <para>"Het na te melden inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerp, met behulp waarvan het onder 1 subsidiair tenlastegelegde en bewezenverklaarde is begaan, dient te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.</para>
      <para>(...)</para>
      <para>Beveelt de onttrekking aan het verkeer van het inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: een schroevendraaier."</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.3. In aanmerking genomen dat niet zonder meer valt in te zien waarom de aan het verkeer onttrokken verklaarde schroevendraaier van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet, is de beslissing tot het opleggen van bedoelde maatregel niet naar de eis der wet met redenen omkleed. Het middel is gegrond en het arrest kan in zoverre niet in stand blijven.</para>
      <para>Nu in dit geval aan de voorwaarden voor verbeurdverklaring van de schroevendraaier is voldaan zal de Hoge raad om doelmatigheidsredenen dat voorwerp verbeurd verklaren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Slotsom</para>
    <para />
    <para>Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.</para>
    <para />
    <para>6. Beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>vernietigt de bestreden uitspraak, doch uitsluitend voor zover daarbij de onttrekking aan het verkeer is uitgesproken van een schroevendraaier alsmede wat betreft de aanhaling van de artikelen 36b, 36c en 36d Sr;</para>
      <para>verklaart genoemd voorwerp verbeurd;</para>
      <para>vermeldt de artikelen 33 en 33a Sr als artikelen waarop de strafoplegging mede berust;</para>
      <para>verwerpt het beroep voor het overige. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 20 mei 2008.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>