<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2008:BC4874</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T20:11:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BC4874</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2008-02-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">R06/119HR</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2008:BC4874" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2008:BC4874</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JOL 2008, 147</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2008, 260</rdf:li>
          <rdf:li>NJB 2008, 618</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2008/95</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2008:BC4874">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2008:BC4874</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T02:25:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2008-02-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2008:BC4874 Hoge Raad , 22-02-2008 / R06/119HR</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2008:BC4874:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzekeringszaak; zie voor de hoofdzaak nr. C06/268. Bewijsrecht; voldoende belang bij voorlopig deskundigenbericht?</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2008:BC4874:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>22 februari 2008</para>
      <para>Eerste Kamer</para>
      <para>Rek.nr. R06/119HR</para>
      <para>RM/AG</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Beschikking</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[Eiser],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>EISER tot cassatie, </para>
      <para>advocaat: mr. R.S. Meijer,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>t e g e n</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. AXA SCHADE N.V.,</para>
      <para>gevestigd te Utrecht,</para>
      <para>2. [Verweerder 2],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>VERWEERDERS in cassatie, </para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser], AXA en [verweerder 2], verweerders ook als AXA c.s.</para>
    <para />
    <para>1. Het geding in feitelijke instantie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met een op 21 maart 2005 ter griffie van het gerechtshof te Amsterdam ingekomen verzoekschrift hebben de ouders van [eiser] het hof verzocht, kort gezegd, omtrent in dat verzoekschrift vermelde feiten en ten behoeve van het bij het hof tussen partijen aanhangige hoger beroep (ingeschreven onder rolnummer 04/1832) een voorlopig deskundigenbericht te gelasten opdat bewezen wordt dat [verweerder 2] op het moment van de aanrijding, respectievelijk vlak daaraan voorafgaand, te hard heeft gereden.</para>
      <para>Axa c.s. hebben het verzoek bestreden.</para>
      <para>Na mondelinge behandeling van het verzoek, heeft het hof bij beschikking van 8 juni 2006 het verzoek afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Het geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen de beschikking van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>AXA c.s. zijn in cassatie niet verschenen.</para>
      <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping.</para>
      <para>De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 24 december 2007 op de conclusie gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van het middel </para>
    <para />
    <para>3.1 Deze zaak hangt samen met de tussen dezelfde partijen bij de Hoge Raad onder rolnummer C06/268 aanhangige zaak, waarin eveneens heden uitspraak wordt gedaan. </para>
    <para />
    <para>3.2 In de bestreden beschikking van 8 juni 2006 heeft het hof het hiervoor in 1 vermelde verzoek afgewezen met verwijzing naar de in zijn arrest van dezelfde datum opgenomen overweging dat zonder nader onderzoek kan worden vastgesteld dat [verweerder 2] niet met een zodanige snelheid heeft gereden dat dit tot een grotere bijdrage van zijn wijze van rijden aan het ongeval dan 50% heeft geleid, waaraan het hof de gevolgtrekking verbond dat [eiser] bij zijn verzoek onvoldoende belang heeft.</para>
    <para />
    <para>3.3 Nu het arrest van het hof van 8 juni 2006 in het hiervoor vermelde arrest van heden wordt vernietigd met verwijzing van de zaak naar het gerechtshof te 's-Gravenhage, komt daarmee de grond te ontvallen aan de afwijzing van het verzoek van [eiser]. Het hiertoe strekkende onderdeel II van het middel is dan ook gegrond. Het middel behoeft voor het overige geen behandeling.</para>
    <para />
    <para>4. Beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>vernietigt de beschikking van het gerechtshof te Amsterdam van 8 juni 2006;</para>
      <para>verwijst het geding naar het gerechtshof te 's-Gravenhage ter verdere behandeling en beslissing; </para>
      <para>veroordeelt AXA c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiser] begroot op € 341,38 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Deze beschikking is gegeven door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, A.M.J. van Buchem-Spapens, A. Hammerstein en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 22 februari 2008.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>