<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2008:BC4763</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-30T19:24:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BC4763</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2008-06-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">44076</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2008:BC4763" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2008:BC4763</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2007:BB0192" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2007:BB0192, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>BNB 2008/231 met annotatie van A.L. Mertens</rdf:li>
          <rdf:li>V-N 2008/29.16</rdf:li>
          <rdf:li>NTFR 2008/1317 met annotatie van mr. H.A. Elbert</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2008-1316</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2008062001</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2008:BC4763">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2008:BC4763</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T02:25:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2008-06-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2008:BC4763 Hoge Raad , 20-06-2008 / 44076</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2008:BC4763:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>In Nederland wonende grensarbeider, wiens in België gevestigde werkgever niet ingevolge de Wet-LB inhoudingsplichtig is. Voordeel uit ter beschikking gestelde auto belast ingevolge art. 3.82 Wet IB 2001?</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2008:BC4763:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>Nr. 44.076</para>
      <para>20 juni 2008</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <para>gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraken van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 11 april 2007, nrs. 04/01699 en 04/01700, betreffende aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.</para>
    <para />
    <para>1. Het geding in feitelijke instantie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan belanghebbende zijn voor de jaren 2001 en 2002 aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, welke aanslagen, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraken van de Inspecteur zijn gehandhaafd.</para>
      <para>Het Hof heeft het tegen die uitspraken ingestelde beroep bij afzonderlijke uitspraken ongegrond verklaard. De uitspraken van het Hof zijn aan dit arrest gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraken bij één geschrift beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.</para>
      <para>De Advocaat-Generaal C.W.M. van Ballegooijen heeft op 29 januari 2008 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van de beroepen.</para>
      <para>Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van de middelen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. </para>
      <para>In de onderhavige jaren (2001 en 2002) woonde belanghebbende in Z, en werkte hij in Q in dienstbetrekking bij een werkgever die aldaar een vaste inrichting had. Die werkgever beschikte in Nederland niet over een vaste inrichting of een in Nederland wonende of gevestigde vaste vertegenwoordiger.</para>
      <para>Aan belanghebbende is door de werkgever een auto ter beschikking gesteld die ook voor privédoeleinden werd gebruikt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.2. Voor het Hof was terecht niet in geschil dat de belastingheffing over belanghebbendes salaris op grond van artikel 15, § 3, aanhef en onder 1e, van het tussen Nederland en België geldende verdrag ter voorkoming van dubbele belasting was toegewezen aan Nederland. De andersluidende vaststelling in onderdeel 2.2 van 's Hofs uitspraak berust op een kennelijke misslag.</para>
    <para />
    <para>3.3. Voor het Hof was in geschil of het voordeel dat belanghebbende had uit de hem ter beschikking gestelde auto behoorde tot zijn belastbare inkomen uit werk en woning. Belanghebbende beantwoordde deze vraag ontkennend op de grond dat zijn werkgever blijkens artikel 6, lid 2, van de Wet op de loonbelasting 1964 niet als inhoudingsplichtige wordt beschouwd, zodat hijzelf geen werknemer is in de zin van artikel 2, lid 1, van die wet, met gevolg dat artikel 3.82, aanhef en letter a, van de Wet IB 2001 (tekst tot 1 januari 2006) op hem geen toepassing kan vinden.</para>
    <para />
    <para>3.4. Het Hof heeft dit standpunt van belanghebbende terecht verworpen. Zoals ook volgt uit het slot van onderdeel 3.2 van de conclusie van de Advocaat-Generaal, wordt met het woord "beschouwd" in artikel 6, lid 2, van de Wet op de loonbelasting 1964 tot uitdrukking gebracht dat belanghebbendes werkgever, hoewel van inhoudingsplicht vrijgesteld, niet de status verliest van inhoudingsplichtige als bedoeld in lid 1 van dat artikel. De middelen stuiten hierop af.</para>
    <para />
    <para>4. Proceskosten</para>
    <para />
    <para>De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.</para>
    <para />
    <para>5. Beslissing</para>
    <para />
    <para>De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.</para>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren C.J.J. van Maanen, C. Schaap, J.W.M. Tijnagel en A.H.T. Heisterkamp in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 20 juni 2008.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>