<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2008:BC3406</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T00:54:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BC3406</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2008-02-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">07/11684 H</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#herziening">Herziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JOL 2008, 84</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2008, 216</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2008:BC3406">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2008:BC3406</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T02:20:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2008-02-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2008:BC3406 Hoge Raad , 05-02-2008 / 07/11684 H</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2008:BC3406:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Herziening. De aanvraag bevat geen opgave van bewijsmiddelen. Dat leidt tot niet-ontvankelijkheid. De HR merkt op dat de aanvrage steunt op omstandigheden die zijn vermeld in stukken die zich bevinden in het de HR ter beschikking staande dossier zodat niet kan worden gezegd dat deze omstandigheden de rechter die de veroordeling heeft uitgesproken niet bekend waren.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2008:BC3406:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>5 februari 2008</para>
      <para>Strafkamer</para>
      <para>nr. 07/11684 H</para>
      <para>SM</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Arnhem van 7 juli 2006, nummer 05/910261-05, ingediend door mr. A. Kiliç-Sahin, advocaat te Lent, namens: </para>
      <para>[aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978, wonende te [woonplaats].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd</para>
    <para />
    <para>De Politierechter heeft de aanvrager ter zake van 1. "medeplegen van in het bezit zijn van een waardekaart bedoeld voor het verrichten van betalingen langs geautomatiseerde weg, waarvan hij weet dat het vals is" en 2. "in het bezit zijn van een waardekaart bedoeld voor het verrichten van betalingen langs geautomatiseerde weg, waarvan hij weet dat het vals is" veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van tachtig uren, subsidiair veertig dagen hechtenis met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht.</para>
    <para />
    <para>2. De aanvrage tot herziening</para>
    <para />
    <para>De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van de aanvrage</para>
    <para />
    <para>3.1. Als grondslag voor een herziening kunnen, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid, aanhef en onder 2° van art. 457 Sv slechts dienen een of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden van feitelijke aard die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling.</para>
    <para />
    <para>3.2. Art. 459 Sv schrijft voor dat de aanvrage tot herziening inhoudt de omstandigheid als hiervoor bedoeld, waarop zij steunt, en verder een opgave bevat van de bewijsmiddelen waaruit van die omstandigheid kan blijken.</para>
    <para />
    <para>3.3. De aanvrage bevat geen opgave van bewijsmiddelen waaruit van de daarin genoemde omstandigheden kan blijken. De aanvrage kan daarom, gelet op het bepaalde in de art. 459 en 460 Sv, niet worden ontvangen.</para>
    <para />
    <para>4. Voorts verdient het volgende opmerking. De aanvrage steunt op omstandigheden die zijn vermeld in stukken die zich bevinden in het de Hoge Raad ter beschikking staande dossier. Derhalve kan niet worden gezegd dat deze omstandigheden de rechter die de veroordeling heeft uitgesproken niet bekend waren. Gronden voor herziening leveren deze omstandigheden dan ook niet op. In het bijzonder kan aan de enkele omstandigheid dat zich in het dossier een afdruk bevindt van een camera-opname van de persoon die met een vals pasje zou hebben getankt - op welke opname de beeltenis van die persoon niet duidelijk waarneembaar is - de gestelde persoonsverwisseling niet worden afgeleid. </para>
    <para />
    <para>5. Beslissing</para>
    <para />
    <para>De Hoge Raad verklaart de aanvrage niet-ontvankelijk.</para>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren W.A.M. van Schendel en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 5 februari 2008.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>