<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2008:BC1871</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T02:05:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BC1871</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2008-02-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C06/132HR</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2008:BC1871" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2008:BC1871</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHARN:2004:AR8183" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">In cassatie op : ECLI:NL:GHARN:2004:AR8183, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001830&amp;artikel=81&amp;g=2008-02-01">Wet op de rechterlijke organisatie 81</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JOL 2008, 73</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2008, 186</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2008/47</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2008:BC1871">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2008:BC1871</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T02:16:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2008-02-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2008:BC1871 Hoge Raad , 01-02-2008 / C06/132HR</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2008:BC1871:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Erfrecht. Geschil tussen erfgenamen over geldigheid van een testament wegens wilsonbekwaamheid van erflater ten tijde van het maken van het testament; dwang als bedoeld in art. 4:490 (oud) BW, bewijslastverdeling (81 RO).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2008:BC1871:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>1 februari 2008</para>
      <para>Eerste Kamer</para>
      <para>Nr. C06/132HR</para>
      <para>MK/JMH</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. [Eiseres 1],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>2. de gezamenlijke erfgenamen van wijlen [betrokkene 1],</para>
      <para>gewoond hebbende te [woonplaats],</para>
      <para>EISERS tot cassatie,</para>
      <para>advocaat: mr. P. Garretsen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>t e g e n</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. [Verweerder 1],</para>
      <para>2. [Verweerster 2],</para>
      <para>beiden wonende te [woonplaats],</para>
      <para>VERWEERDERS in cassatie,</para>
      <para>advocaat: aanvankelijk mr. T.F.E. Tjong Tjin Tai, thans mr. D. Stoutjesdijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>e n</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3. [Verweerster 3],</para>
      <para>4. [Verweerster 4],</para>
      <para>beiden wonende te [woonplaats],</para>
      <para>VERWEERDERS in cassatie,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s., [verweerders 1 en 2] en [verweersters 3 en 4]</para>
    <para />
    <para>1. Het geding in feitelijke instanties</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[Verweerders 1 en 2] hebben bij exploot van 19 april 2002 [eiser] c.s. en [verweersters 3 en 4] gedagvaard voor de rechtbank Almelo en gevorderd, kort gezegd, [eiser] c.s. en [verweersters 3 en 4] te veroordelen om hun medewerking te verlenen aan de uitvoering van het op 18 juli 1997 opgemaakte testament van [betrokkene 2], een en ander zoals nader weergegeven in de inleidende dagvaarding, alsmede te verklaren voor recht dat [eiser] c.s. en [verweersters 3 en 4] de door [verweerders 1 en 2] geleden schade dienen te vergoeden.</para>
      <para>[Eiser] c.s. hebben de vordering bestreden en, in reconventie, gevorderd, kort gezegd, het testament nietig te verklaren, subsidiair te vernietigen.</para>
      <para>De rechtbank heeft, na een tussenvonnis van 8 januari 2003, bij eindvonnis van 27 augustus 2003 in reconventie het testament van [betrokkene 2] vernietigd en in conventie de vordering afgewezen.</para>
      <para>Tegen dit eindvonnis hebben [verweerders 1 en 2] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem. [Eiser] c.s. hebben incidenteel hoger beroep ingesteld. Tegen [verweersters 3 en 4] heeft het hof verstek verleend.</para>
      <para>Na een tussenarrest van 19 oktober 2004 heeft het hof bij eindarrest van 17 januari 2006 in het principale hoger beroep het eindvonnis van de rechtbank vernietigd en, opnieuw rechtdoende, kort gezegd, [eiser] c.s. veroordeeld om al hetgeen te doen wat nodig is om jegens [verweerders 1 en 2] uitvoering te (doen) geven aan het testament van [betrokkene 2], een en ander zoals nader omschreven in het dictum van het eindarrest van het hof, en het meer of anders gevorderde afgewezen, alsmede in reconventie de vordering afgewezen. Het incidentele hoger beroep heeft het hof verworpen.</para>
      <para>Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Het geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>[Verweerders 1 en 2] hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep. Tegen [verweersters 3 en 4] is verstek verleend.</para>
      <para>De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.</para>
      <para>De conclusie van de plaatsvervangend Proucureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.</para>
      <para>De advocaat van [eiser] c.s. heeft op 7 december 2007 schriftelijk op die conclusie gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van de middelen</para>
    <para />
    <para>De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
    <para />
    <para>4. Beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>verwerpt het beroep;</para>
      <para>veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders 1 en 2] begroot op € 367,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, en aan de zijde van [verweersters 3 en 4] begroot op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 1 februari 2008.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>