<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2007:BA5617</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T18:57:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BA5617</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2007-06-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">00331/07 U</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2007:BA5617" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2007:BA5617</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBMAA:2006:AZ3649" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/sprongcassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan">In sprongcassatie op: ECLI:NL:RBMAA:2006:AZ3649, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JOL 2007, 422</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2007, 621</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2007:BA5617">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2007:BA5617</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T01:26:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2007-06-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2007:BA5617 Hoge Raad , 12-06-2007 / 00331/07 U</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2007:BA5617:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>OM-cassatie. De cassatieschriftuur houdt in dat de opgeëiste persoon “inmiddels uitgezet is uit Nederland (na ontslag uit uitleveringsdetentie en na een afgewezen asielaanvraag)”. Voorts is door de raadsman van de opgeëiste persoon bij gelegenheid van de tegenspraak van het cassatieberoep een brief overlegd van de IND van 12-12-2006 gericht aan de Rb ’s-Gravenhage, nevenzittingsplaats Zutphen, afdeling Vreemdelingenrecht, inzake de “Bewaringszitting 13 december 2006” betreffende de opgeëiste persoon. Dit schrijven houdt in dat de opgeëiste persoon op 13-12-2006 aan Fr zal worden overgedragen. Het t.b.v. de aanzegging van de behandeling van het cassatieberoep opgevraagde overzicht van 12-02-2007 inzake de adresgegevens van de opgeëiste persoon houdt in dat hier te lande geen adres van hem bekend is en dat hij hier niet is gedetineerd. O.g.v. hetgeen hiervoor is vermeld, moet worden aangenomen dat de opgeëiste persoon zich niet in Nld bevindt. Daarmee is aan de inleidende vordering van de OvJ tot het in behandeling nemen van het uitleveringsverzoek de grondslag komen te ontvallen. Hieruit vloeit voort dat de OvJ in die vordering alsnog niet kan worden ontvangen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2007:BA5617:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>12 juni 2007</para>
      <para>Strafkamer</para>
      <para>nr. 00331/07 U</para>
      <para>AM</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank te Maastricht van 5 december 2006, nummer 03/702012-06, op een verzoek van de Republiek Turkije tot uitlevering van:</para>
      <para>[opgeëiste persoon], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968, zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. De bestreden uitspraak</para>
    <para />
    <para>De Rechtbank heeft de gevraagde uitlevering van de opgeëiste persoon ontoelaatbaar verklaard.</para>
    <para />
    <para>2. Geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep is ingesteld door de Officier van Justitie. Deze heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>De raadsman van de opgeëiste persoon, mr. A.A. Franken, advocaat te Amsterdam, heeft het cassatieberoep tegengesproken. </para>
      <para>De waarnemend Advocaat-Generaal Bleichrodt heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de bestreden uitspraak zal vernietigen en de Officier van Justitie alsnog niet-ontvankelijk zal verklaren in de inleidende vordering tot het in behandeling nemen van het verzoek tot uitlevering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van de Officier van Justitie in de inleidende vordering tot het in behandeling nemen van het uitleveringsverzoek</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.1. De bestreden uitspraak houdt in dat de opgeëiste persoon ter zitting van de Rechtbank heeft verklaard dat hij geen feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland heeft. </para>
      <para>De cassatieschriftuur houdt in dat de opgeëiste persoon "inmiddels uitgezet is uit Nederland (na ontslag uit uitleveringsdetentie en na een afgewezen asielaanvraag)". </para>
      <para>Voorts is door de raadsman van de opgeëiste persoon bij gelegenheid van de tegenspraak van het cassatieberoep een brief overgelegd van de Immigratie- en Naturalisatiedienst van 12 december 2006 gericht aan de Rechtbank te 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Zutphen, afdeling Vreemdelingenrecht, inzake de "Bewaringszitting 13 december 2006" betreffende de opgeëiste persoon. </para>
      <para>Dit schrijven houdt in dat de opgeëiste persoon op 13 december 2006 aan Frankrijk zal worden overgedragen (Schiphol-Parijs).</para>
      <para>Het ten behoeve van de aanzegging van de behandeling van het cassatieberoep opgevraagde overzicht van 12 februari 2007 inzake de adresgegevens van de opgeëiste persoon houdt in dat hier te lande geen adres van hem bekend is en dat hij hier niet is gedetineerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.2. Op grond van hetgeen hiervoor onder 3.1 is vermeld, moet worden aangenomen dat de opgeëiste persoon zich niet in Nederland bevindt. Daarmee is aan de inleidende vordering van de Officier van Justitie tot het in behandeling nemen van het uitleveringsverzoek de grondslag komen te ontvallen. Hieruit vloeit voort dat de Officier van Justitie in die vordering alsnog niet kan worden ontvangen.</para>
    <para />
    <para>4. Slotsom</para>
    <para />
    <para>Het vorenoverwogene brengt mee dat het middel geen bespreking behoeft en dat als volgt moet worden beslist.</para>
    <para />
    <para>5. Beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad: </para>
      <para>vernietigt de bestreden uitspraak;</para>
      <para>verklaart de Officier van Justitie alsnog niet-ontvankelijk in zijn inleidende vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en A.J.A. van Dorst, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 12 juni 2007.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>