<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2007:BA2925</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T13:41:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BA2925</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2007-06-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">R06/186HR</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2007:BA2925" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2007:BA2925</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001830&amp;artikel=81&amp;g=2007-06-08">Wet op de rechterlijke organisatie 81</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JOL 2007, 405</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2007, 559</rdf:li>
          <rdf:li>NJB 2007, 1374</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2007/211</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2007:BA2925">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2007:BA2925</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T01:18:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2007-06-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2007:BA2925 Hoge Raad , 08-06-2007 / R06/186HR</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2007:BA2925:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Procesrecht. Ontvankelijkheid cassatieberoep; geen verschijning van niet-bestaande (spook)partij. Faillissementsrecht; ontbrekende pluraliteit van schuldeisers (81 RO).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2007:BA2925:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>8 juni 2007 </para>
      <para>Eerste Kamer</para>
      <para>Rek.nr. R06/186HR</para>
      <para>RM</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR HET HORECABEDRIJF, handelende onder de naam Pensioenfonds Horeca &amp; Catering,</para>
      <para>2. STICHTING SOCIAAL FONDS VOOR HET HORECABEDRIJF,</para>
      <para>3. STICHTING FONDS BEVORDERING INTREDING HORECABEDRIJF,</para>
      <para>4. STICHTING OVERGANGSREGELING VERVROEGD UITTREDEN VOOR HET HORECABEDRIJF,</para>
      <para>allen gevestigd te Zoetermeer,</para>
      <para>VERZOEKSTERS tot cassatie,</para>
      <para>advocaat: mr. T.F.E. Tjong Tjin Tai,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>t e g e n</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[A] HOLDING B.V.,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats],</para>
      <para>VERWEERSTER in cassatie,</para>
      <para>advocaat: mr. H.J.W. Alt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als het Pensioenfonds c.s. en de Holding.</para>
    <para />
    <para>1. Het geding in feitelijke instanties</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met een op 25 september 2005 ter griffie van de rechtbank te 's-Gravenhage ingediend verzoekschrift hebben het Pensioenfonds c.s. zich gewend tot die rechtbank en verzocht de Holding in staat van faillissement te verklaren.</para>
      <para>De Holding heeft het verzoek bestreden.</para>
      <para>De rechtbank heeft bij vonnis van 8 november 2006 de Holding in staat van faillissement verklaard.</para>
      <para>Tegen dit vonnis heeft de Holding hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.</para>
      <para>Bij arrest van 19 december 2006 heeft het hof het vonnis van de rechtbank vernietigd en het verzoek tot faillietverklaring van de Holding afgewezen.</para>
      <para>Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Het geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen het arrest van het hof hebben het Pensioenfonds c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>De Holding heeft primair verzocht het Pensioenfonds c.s. niet-ontvankelijk te verklaren, en subsidiair verzoekster onder 3 niet-ontvankelijk te verklaren en het middel ten aanzien van de overige verzoeksters te verwerpen.</para>
      <para>De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.</para>
      <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoekster tot cassatie sub 3 in het cassatieberoep en tot verwerping van het beroep voorzover dit is ingesteld door de andere verzoeksters tot cassatie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het door verzoekster tot cassatie onder 3 ingestelde beroep</para>
    <para />
    <para>De Holding heeft aan haar beroep op de niet-ontvankelijkheid van verzoekster tot cassatie onder 3 ten grondslag gelegd dat deze partij een spookpartij is, die niet (meer) bestaat. Uit de door de Holding overgelegde uittreksels uit het Handelsregister van de Kamers van Koophandel blijkt dat verzoekster tot cassatie onder 3 geen zelfstandige rechtspersoon is, maar alleen de tot 21 januari 2004 luidende statutaire naam van verzoekster tot cassatie onder 2. Dit een en ander is door het Pensioenfonds c.s. niet weersproken, zodat ervan moet worden uitgegaan dat verzoekster tot cassatie onder 3 niet bestaat en geacht moet worden niet in cassatie te zijn gekomen.</para>
    <para />
    <para>4. Beoordeling van het middel</para>
    <para />
    <para>De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
    <para />
    <para>5. Beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>verwerpt het beroep;</para>
      <para>veroordeelt het Pensioenfonds c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Holding begroot op € 367,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren J.C. van Oven, F.B. Bakels, C.A. Streefkerk en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 8 juni 2007.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>