<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2007:AZ7116</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-10-08T15:50:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AZ7116</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2007-03-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">01067/06</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2007:AZ7116" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2007:AZ7116</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2007:AZ7116">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2007:AZ7116</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-10-02T11:25:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2007:AZ7116 Hoge Raad , 20-03-2007 / 01067/06</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2007:AZ7116:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Bedreiging (art. 285.1 Sr), vernieling, meermalen gepleegd (art. 350.1 Sr), poging zware mishandeling door op anderhalve meter afstand met kracht volle fles wijn richting hoofd van hotelmedewerker te gooien (art. 302.1 Sr) en dragen van wapen (art. 27.1 WWM) 1. Ontvankelijkheid cassatieberoep t.a.v. dragen van wapen, art. 427.2 Sv. 2. Bewijsklacht poging zware mishandeling. Opzet op toebrengen zwaar lichamelijk letsel? 3. Bewijsklacht vernieling. Behelzen voor bewijs gebruikte verklaringen van medewerker advocatenkantoor en stratenmaker ongeoorloofde meningen, gissingen dan wel gevolgtrekkingen?</para>
        <para>Ad 1. Hof heeft verdachte t.z.v. dragen van wapen, een overtreding (art. 27.1 WWM) veroordeeld tot geldboete van € 150, subsidiair 3 dagen hechtenis. In zoverre kan verdachte, gelet op art. 427.2 Sv niet in zijn beroep in cassatie worden ontvangen.</para>
        <para>Ad 2. en 3. HR: art. 81.1 RO.</para>
        <para>Samenhang met 01037/06 (niet gepubliceerd, art. 81.1 RO).</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2007:AZ7116:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>20 maart 2007</para>
  <para>Strafkamer</para>
  <para>nr. 01067/06</para>
  <para>ZK/IC</para>
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Hoge Raad der Nederlanden</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Arrest</emphasis>
    </para>
    <para>op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden van 25 augustus 2005, nummer 24/000390-05, in de strafzaak tegen:</para>
    <para>
      <emphasis role="underline">
        [verdachte]
      </emphasis>, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961, wonende te <emphasis role="underline">[woonplaats]</emphasis>.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">1. De bestreden uitspraak</emphasis>
  </para>
  <para>Het Hof heeft in hoger beroep – met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Leeuwarden van 11 februari 2005 – de verdachte ter zake van 1: ‘’bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht’’; 2 en 5 telkens: ‘’opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen’’; 4: ‘’poging tot zware mishandeling’’ en 3: ‘’handelen in strijd met artikel 27, eerste lid, van de Wet wapens en munitie’’ veroordeeld – ten aanzien van de feiten 1, 2, 4 en 5 – tot vijf maanden gevangenisstraf en – ten aanzien van feit 3 – een geldboete van € 150,-, subsidiair drie dagen hechtenis; met onttrekking aan het verkeer zoals in het arrest omschreven. Voorts heeft het Hof de tenuitvoerlegging gelast van de eerder aan de verdachte opgelegde straf van één maand gevangenisstraf.</para>
  <para />
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">2. Geding in cassatie</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
    <para>De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep voor zover betreffende de overtreding (sub 3) en tot verwerping van het beroep voor het overige.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep</emphasis>
  </para>
  <para>Het Hof heeft de verdachte ter zake van feit 3, een overtreding (art. 27, eerste lid, van de Wet wapens en munitie) veroordeeld tot een geldboete van € 150,-, subsidiair drie dagen hechtenis. In zoverre kan de verdachte, gelet op art. 427, tweede lid, Sv niet in zijn beroep in cassatie worden ontvangen.</para>
  <para />
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">4. Beoordeling van de middelen</emphasis>
  </para>
  <para>De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. </para>
  <para />
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">5. Slotsom</emphasis>
  </para>
  <para>Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.</para>
  <para />
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">6. Beslissing</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>De Hoge Raad:</para>
    <para>Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep wat betreft de beslissingen ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde feit;</para>
    <para>Verwerpt het beroep voor het overige.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op <emphasis role="underline">20 maart 2007</emphasis>.</para>
  </parablock>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>