<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2007:AZ6641</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T10:15:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AZ6641</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2007-04-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C06/207HR (1456)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_omgevingsrecht">Bestuursrecht; Omgevingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2007:AZ6641" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2007:AZ6641</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JOL 2007, 315</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2007, 473</rdf:li>
          <rdf:li>BR 2007/230 met annotatie van J.F. de Groot</rdf:li>
          <rdf:li>NJB 2007, 1062</rdf:li>
          <rdf:li>Jurisprudentie gebieds- en projectontwikkelingspraktijk 2010/1.6</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2007/151</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2007:AZ6641">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2007:AZ6641</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T00:57:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2007-04-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2007:AZ6641 Hoge Raad , 27-04-2007 / C06/207HR (1456)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2007:AZ6641:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Onteigeningszaak. Verwerving van grond door gemeente ten behoeve van de uitvoering van een bestemmingsplan (verkeersweg); luchtkwaliteit, betekenis van het Besluit luchtkwaliteit (2005); taak onteigeningsrechter.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2007:AZ6641:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>27 april 2007</para>
      <para>Eerste Kamer</para>
      <para>Nr. C06/207HR (1456)</para>
      <para>MK</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[Eiser],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>EISER tot cassatie,</para>
      <para>advocaat: mr. J.A.M.A. Sluysmans,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>t e g e n</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>DE GEMEENTE BERKEL EN RODENRIJS,</para>
      <para>zetelende te Berkel en Rodenrijs,</para>
      <para>VERWEERSTER in cassatie,</para>
      <para>advocaat: mr. P.S. Kamminga.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Het geding in feitelijke instantie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerster in cassatie (hierna: de Gemeente) heeft bij exploot van 27 december 2005 eiser tot cassatie (hierna: [eiser]) gedagvaard voor de rechtbank Rotterdam en ten behoeve van de ruimtelijke ontwikkeling en de volkshuisvesting van de gemeente Berkel en Rodenrijs gevorderd ten name van de Gemeente vervroegd uit te spreken de onteigening van de in de dagvaarding omschreven gedeelte ter grootte van 1.196 centiare (grondplannummer 1 en 2) van de onroerende zaken met de kadastrale aanduiding gemeente Berkel en Rodenrijs, sectie [A], nrs. [0001] en [0002], waarvan [eiser] als eigenaar is aangewezen en het bedrag van de schadeloosstelling vast te stellen op € 70.432,--.</para>
      <para>Na een tussenvonnis van 15 maart 2006 heeft de rechtbank bij vonnis van 7 juni 2006 onder meer de gevorderde onteigening vervroegd uitgesproken, het voorschot op de schadeloosstelling voor [eiser] vastgesteld op € 70.432,-- en drie deskundigen en een rechter-commissaris benoemd.</para>
      <para>Dit vonnis is aan dit arrest gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Het geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[Eiser] heeft tegen het vonnis van de rechtbank van 7 juni 2006 beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.</para>
      <para>De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.</para>
      <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van het middel</para>
    <para />
    <para>3.1. [Eiser] heeft tegen de vordering tot onteigening het verweer gevoerd dat de noodzaak tot onteigening ontbreekt nu ten onrechte noch bij de totstandkoming van het bestemmingsplan, noch bij de totstandkoming van het onteigeningsbesluit en de goedkeuring daarvan bij Koninklijk Besluit, (voldoende) onderzoek is gedaan ingevolge art. 5 en volgende van het Besluit luchtkwaliteit (Besluit van 11 juni 2001, Stb. 269), of ingevolge het Besluit luchtkwaliteit 2005 (Besluit van 20 juni 2005, Stb. 316), naar de gevolgen voor de luchtkwaliteit en het geluid bij uitvoering van het bestemmingsplan, en daarom de ter plaatse van het onteigende aangegeven bestemming "verkeersweg" niet gerealiseerd kan worden binnen de vigerende milieuregelgeving. Het middel bestrijdt de verwerping van dit verweer.</para>
    <para />
    <para>3.2. Het middel faalt. Het - inmiddels ingetrokken - Besluit luchtkwaliteit strekte niet tot bescherming van de private eigendom, maar tot bescherming van de luchtkwaliteit. Hetzelfde geldt voor het sinds 5 augustus 2005 geldende Besluit luchtkwaliteit 2005. De verwerving van grond door een gemeente ten behoeve van de uitvoering van een bestemmingsplan is, ook indien die geschiedt door middel van onteigening, niet een uitoefening van een bevoegdheid als bedoeld in art. 5 en volgende van het Besluit luchtkwaliteit en in art. 7 van het Besluit luchtkwaliteit 2005. De onteigeningsnoodzaak en de rechtmatigheid van een onteigeningsbesluit kunnen daarom niet worden betwist op de grond dat geen of onvoldoende onderzoek is gedaan ingevolge het Besluit luchtkwaliteit of het Besluit luchtkwaliteit 2005. De onteigeningsrechter moet dan ook voorbijgaan aan een tegen een vordering tot onteigening gevoerd verweer als het onderhavige. De rechtbank heeft het verweer van [eiser] dus terecht verworpen en de gronden waarop zij dat deed, behoeven daarom in cassatie niet te worden onderzocht. Alle klachten van het middel stuiten hierop af.</para>
    <para />
    <para>4. Beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>verwerpt het beroep;</para>
      <para>veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 2.186,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, A. Hammerstein, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 27 april 2007.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>