<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2007:AZ4066</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T18:25:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AZ4066</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2007-02-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C05/320HR</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2007:AZ4066" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2007:AZ4066</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001830&amp;artikel=81&amp;g=2007-02-16">Wet op de rechterlijke organisatie 81</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JOL 2007, 110</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2007, 210</rdf:li>
          <rdf:li>NJB 2007, 542</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2007/50</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2007:AZ4066">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2007:AZ4066</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T00:49:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2007-02-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2007:AZ4066 Hoge Raad , 16-02-2007 / C05/320HR</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2007:AZ4066:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Medehuur. Ontruiming woning waar derde na overlijden van huurder is blijven wonen; vervolg op HR 7 maart 2003, nr. C02/030, NJ 2003, 244 (81 RO).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2007:AZ4066:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>16 februari 2007</para>
      <para>Eerste Kamer</para>
      <para>Nr. C05/320HR</para>
      <para>MK/AT</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[Eiseres],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>EISERES tot cassatie, incidenteel verweerster in cassatie,</para>
      <para>advocaat: mr. M.J. van Basten Batenburg,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>t e g e n</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. DE GEMEENTE 'S-GRAVENHAGE,</para>
      <para>zetelende te 's-Gravenhage,</para>
      <para>2. WONINGBEHEER N.V.,</para>
      <para>gevestigd te 's-Gravenhage,</para>
      <para>3. N.V. MAATSCHAPPIJ TOT EXPLOITATIE VAN ONROERENDE GOEDEREN "STEDELIJK BELANG",</para>
      <para>gevestigd te 's-Gravenhage,</para>
      <para>VERWEERSTERS in cassatie, incidenteel eiseressen tot cassatie,</para>
      <para>advocaat: mr. P.S. Kamminga.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Het geding in voorgaande instanties</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het verloop van het geding in voorgaande instanties tot zijn arrest van 7 maart 2003, nr. C02/030, NJ 2003, 244, verwijst de Hoge Raad naar dat arrest. Bij dat arrest heeft de Hoge Raad het beroep verworpen.</para>
      <para>Bij tussenarrest van 9 november 2004 heeft het hof te 's-Gravenhage thans verweerster in cassatie onder 3 als gevoegde partij aan de zijde van thans verweersters in cassatie onder 1 en 2 in het geding toegelaten en een comparitie van partijen gelast. Bij eindarrest van 9 augustus 2005 heeft het hof het vonnis van 6 september 2000 van de rechtbank te 's-Gravenhage bekrachtigd, met dien verstande dat de termijn waarbinnen het pand aan de [a-straat 1] te [plaats] ontruimd dient te zijn wordt gesteld op vier maanden na betekening van het arrest.</para>
      <para>Beide arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Het geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze arresten van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De Gemeente c.s. hebben incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende het incidentele cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.</para>
      <para>Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.</para>
      <para>De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.</para>
      <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt zowel in het principale als in het incidentele beroep tot verwerping van het beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep </para>
    <para />
    <para>De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
    <para />
    <para>4. Beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>in het principale beroep:</para>
      <para>verwerpt het beroep;</para>
      <para>veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente c.s. begroot op € 362,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in het incidentele beroep:</para>
      <para>verwerpt het beroep;</para>
      <para>veroordeelt de Gemeente c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiseres] begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, J.C. van Oven en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 16 februari 2007.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>