<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2006:AZ2655</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T23:12:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AZ2655</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2006-12-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C05/245HR</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2006:AZ2655" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2006:AZ2655</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001830&amp;artikel=81&amp;g=2006-12-08">Wet op de rechterlijke organisatie 81</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JOL 2006, 778</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2006, 1147</rdf:li>
          <rdf:li>NJB 2007, 21</rdf:li>
          <rdf:li>JRV 2007, 122</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2006/427</rdf:li>
          <rdf:li>JOR 2007/37 met annotatie van R.J. Abendroth</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2006:AZ2655">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2006:AZ2655</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T00:45:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2006-12-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2006:AZ2655 Hoge Raad , 08-12-2006 / C05/245HR</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2006:AZ2655:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vennootschapsrecht; onbevoegde vertegenwoordiging en tegenstrijdig belang (art. 2:256 BW). Geschil tussen een moedervennootschap en een derde over haar aansprakelijkheid - uit hoofde van garantstelling - tot vergoeding van de schade die deze derde door ontbinding van de met haar dochtervennootschap gesloten huurovereenkomst heeft geleden (81 RO).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2006:AZ2655:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>8 december 2006</para>
      <para>Eerste Kamer</para>
      <para>Nr. C05/245HR</para>
      <para>RM/AT</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>BREDA INDUSTRIES B.V.,</para>
      <para>gevestigd te Breda,</para>
      <para>EISERES tot cassatie,</para>
      <para>advocaat: mr. E. Grabandt,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>t e g e n</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>N.V. INTERPOLIS ONROEREND GOED,</para>
      <para>gevestigd te Tilburg,</para>
      <para>VERWEERSTER in cassatie,</para>
      <para>advocaat: aanvankelijk mr. G.C. Makkink,</para>
      <para>thans mr. D.M. de Knijff.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Het geding in feitelijke instanties</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerster in cassatie - verder te noemen: Interpolis - heeft bij exploot van 19 april 2002 eiseres tot cassatie - verder te noemen: Industries - gedagvaard voor de rechtbank te Breda en, kort gezegd, gevorderd:</para>
      <para>a. voor recht te verklaren dat Industries zich garant heeft gesteld voor alle verplichtingen van Breda Packaging B.V. (hierna: Packaging) onder de huurovereenkomst d.d. 17 februari 1998 en deswege aansprakelijk is voor de verplichtingen die voor Packaging voortvloeien uit het vonnis van 3 april 2002 van de rechtbank Breda, sector kanton, tussen Interpolis en Packaging;</para>
      <para>b. Industries te veroordelen om aan Interpolis te betalen al hetgeen Packaging aan Interpolis verschuldigd is op grond van bedoeld vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de data van opeisbaarheid van de vorderingen als bedoeld onder 2 en 3 van het dictum van voornoemd vonnis;</para>
      <para>c. Industries te veroordelen aan Interpolis te betalen de kosten van de door Interpolis ten laste van Packaging gelegde conservatoire beslagen, alsmede de buitengerechtelijke incassokosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Industries heeft de vordering bestreden en harerzijds een voorwaardelijke reconventionele vordering ingediend. De vordering in reconventie speelt in cassatie geen rol.</para>
      <para>De rechtbank heeft bij vonnis van 12 maart 2003 de vorderingen in conventie toegewezen.</para>
      <para>Tegen dit vonnis heeft Industries hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.</para>
      <para>Bij tussenarrest van 27 juli 2004 heeft het hof Industries tot bewijslevering toegelaten. Na getuigenverhoor en verder processueel debat, heeft het hof bij eindarrest van 26 april 2005 het bestreden vonnis van de rechtbank bekrachtigd.</para>
      <para>Beide arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Het geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen zowel het tussen- als het eindarrest van het hof heeft Industries beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>Interpolis heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.</para>
      <para>De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.</para>
      <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van het middel</para>
    <para />
    <para>De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. </para>
    <para />
    <para>4. Beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>verwerpt het beroep;</para>
      <para>veroordeelt Industries in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Interpolis begroot op € 362,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren P.C. Kop, E.J. Numann, J.C. van Oven en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 8 december 2006.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>