<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2006:AX6377</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-30T17:45:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AX6377</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2006-06-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">41968</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHAMS:2005:AS8571" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2005:AS8571</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=7:9&amp;g=2006-06-02">Algemene wet bestuursrecht 7:9</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=8:73&amp;g=2006-06-02">Algemene wet bestuursrecht 8:73</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0004770&amp;artikel=35&amp;g=2006-06-02">Invorderingswet 1990 35</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>BNB 2006/283</rdf:li>
          <rdf:li>V-N 2006/31.6</rdf:li>
          <rdf:li>NTFR 2006/800 met annotatie van mr. dr. M.M. Kors</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2006-0991</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2006060211</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2006:AX6377">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2006:AX6377</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T00:04:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2006-06-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2006:AX6377 Hoge Raad , 02-06-2006 / 41968</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2006:AX6377:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bestaat belang bij cassatieberoep nu Hof zaak terugwees naar Ontvanger?</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2006:AX6377:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>Nr. 41.968</para>
      <para>2 juni 2006</para>
      <para>RW</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>gewezen op het beroep in cassatie van X B.V. te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 24 februari 2005, nr. P03/04060, betreffende na te melden aansprakelijkstelling ingevolge de Invorderingswet 1990.</para>
    <para />
    <para>1. Beschikking, bezwaar en geding voor het Hof</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van 25 april 2003 heeft de Ontvanger belanghebbende aansprakelijk gesteld voor een deel ad € 12.097 van door B Inc. verschuldigde loonbelasting en omzetbelasting over de jaren 1998 en 1999, welke beschikking, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Ontvanger is gehandhaafd. </para>
      <para>Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.</para>
      <para>Het Hof heeft het beroep gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd en de Ontvanger opgedragen opnieuw uitspraak op het bezwaar te doen. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van de klachten</para>
    <para />
    <para>3.1. Het Hof heeft, belanghebbende op dit punt in het ongelijk stellend, geoordeeld dat de informatie welke de Ontvanger heeft ingewonnen bij H, voor deze procedure niet buiten beschouwing behoeft te blijven. Nu door dit oordeel er voor de Ontvanger geen beletsel is die informatie een rol te laten spelen in het kader van de door hem te nemen nieuwe beslissing op het bezwaarschrift van belanghebbende, heeft belanghebbende belang bij het in cassatie bestrijden van voormeld oordeel.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.2. Het Hof heeft zijn oordeel doen steunen op de overwegingen dat de wijze waarop de Ontvanger informatie van H heeft verkregen, niet in strijd is met hetgeen van een behoorlijk handelend bestuursorgaan mag worden verwacht, en dat de Ontvanger, door de wijze van informatievergaring bij H, zijn mogelijkheid om zonder een beroep te hoeven doen op een wettelijke bevoegdheid de beschikking te krijgen over de gevraagde informatie, niet te buiten is gegaan.</para>
      <para>De hiertegen gerichte motiveringsklachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu die klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.3. De klacht dat het Hof ten onrechte geen bijzondere omstandigheden aanwezig heeft geacht die rechtvaardigen om met betrekking tot de proceskostenveroordeling af te wijken van de normering van het Besluit proceskosten bestuursrecht, kan evenmin tot cassatie leiden. 's Hofs oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en kan, als verweven met waarderingen van feitelijke aard, voor het overige in cassatie niet op juistheid worden getoetst. Het behoefde ook geen nadere motivering.</para>
    <para />
    <para>4. Proceskosten</para>
    <para />
    <para>De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.</para>
    <para />
    <para>5. Beslissing</para>
    <para />
    <para>De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.</para>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president A.E.M. van der Putt-Lauwers als voorzitter, en de raadsheren P. Lourens en E.N. Punt, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 2 juni 2006.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>