<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2006:AW2106</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T13:32:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AW2106</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2006-06-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">R05/116HR</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2006:AW2106" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2006:AW2106</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001830&amp;artikel=81&amp;g=2006-06-30">Wet op de rechterlijke organisatie 81</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001827&amp;artikel=672&amp;g=2006-06-30">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 672</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JOL 2006, 426</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2006, 676</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2006/238</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2006:AW2106">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2006:AW2106</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T23:34:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2006-06-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2006:AW2106 Hoge Raad , 30-06-2006 / R05/116HR</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2006:AW2106:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Erfrecht. Geschil tussen gezamenlijke erfgenamen over een verzocht bevel tot boedelbeschrijving van de nalatenschappen van hun ouders; cassatieberoep niet-ontvankelijk voorzover gericht tegen een mede-appellant; geen doorbreking van rechtsmiddelenverbod ex art. 672 lid 1 Rv. (81 RO).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2006:AW2106:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>30 juni 2006 </para>
      <para>Eerste Kamer</para>
      <para>Rek.nr. R05/116HR</para>
      <para>JMH/RM</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Beschikking</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. [Verzoeker 1],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>2. [Verzoeker 2],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>VERZOEKERS tot cassatie,</para>
      <para>advocaat: mr. K.G.W. van Oven,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>t e g e n</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. [Verweerster 1],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>VERWEERSTER in cassatie,</para>
      <para>niet verschenen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. [Verweerder 2],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>3. [Verweerster 3],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>VERWEERDERS in cassatie,</para>
      <para>advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Het geding in feitelijke instanties</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met een op 16 juli 2004 gedateerd verzoekschrift hebben verweerders in cassatie onder 2 en 3 zich gewend tot de rechtbank, sector kanton, te Utrecht en de kantonrechter verzocht:</para>
      <para>I het bevel te geven tot beschrijving van de boedel van erflaters wijlen [betrokkene 1], laatstelijk wonende te [woonplaats], Zwitserland, overleden te Nieuwegein, en [betrokkene 2], eveneens laatstelijk wonende te [woonplaats], Zwitserland, en overleden te Nieuwersluis, gemeente Loenen aan de Vecht, met aanwijzing van een notaris die de boedelbeschrijving met inachtneming van de wensen van verweerders in cassatie sub 2 en 3 zal uitvoeren, en</para>
      <para>II te bepalen dat de kosten die verband houden met de indiening van dit verzoek alsmede de kosten van de boedelbeschrijving ten laste van de nalatenschap komen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter heeft bij beschikking van 16 december 2004 het verzoek toegewezen.</para>
      <para>Tegen deze beschikking hebben verzoekers tot cassatie en verweerster in cassatie onder 1 hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.</para>
      <para>Bij beschikking van 2 juni 2005 heeft het hof het verzoek verworpen, de bestreden beschikking bekrachtigd, en appellanten in de kosten van het hoger beroep veroordeeld.</para>
      <para>De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Het geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen de beschikking van het hof hebben verzoekers tot cassatie beroep in cassatie ingesteld, waarbij zij verweerders in cassatie als zodanig hebben aangemerkt. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>Verweerster in cassatie onder 1 is in cassatie niet verschenen; verweerders in cassatie onder 2 en 3 hebben verzocht het beroep te verwerpen.</para>
      <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoekers in hun cassatieberoep tegen de eerste verweerster en voor het overige tot verwerping van het beroep.</para>
      <para>De advocaat van verzoekers tot cassatie heeft bij brief van 28 april 2006 op die conclusie gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep</para>
    <para />
    <para>Blijkens het verzoekschrift tot cassatie richt het beroep zich, behalve tegen de verweerders in hoger beroep - de verweerders in cassatie onder 2 en 3 - ook tegen [verweerster 1], die in de procedure voor het hof, naast verzoekers tot cassatie, als appellante was betrokken. Verzoekers tot cassatie zijn in het tegen haar gerichte beroep niet-ontvankelijk. De beschikking van het hof is immers niet tussen verzoekers tot cassatie en haar gegeven (vgl. HR 9 augustus 2002, C00/281, NJ 2002, 472).</para>
    <para />
    <para>4. Beoordeling van de middelen</para>
    <para />
    <para>De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
    <para />
    <para>5. Beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in hun beroep tegen verweerster onder 1;</para>
      <para>verwerpt het beroep tegen de verweerders onder 2 en 3;</para>
      <para>veroordeelt verzoekers in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van verweerder onder 1 begroot op nihil en aan de zijde van de verweerders onder 2 en 3 begroot op € 289,38 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Deze beschikking is gegeven door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann, W.A.M. van Schendel en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 30 juni 2006.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>