<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2006:AV0035</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T09:48:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AV0035</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2006-02-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C04/332HR</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2006:AV0035" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2006:AV0035</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001830&amp;artikel=81&amp;g=2006-02-10">Wet op de rechterlijke organisatie 81</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JOL 2006, 93</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2006, 190</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2006/57</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2006:AV0035">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2006:AV0035</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T23:04:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2006-02-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2006:AV0035 Hoge Raad , 10-02-2006 / C04/332HR</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2006:AV0035:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geschil over totstandkoming van koopovereenkomst m.b.t. woning, perikelen in appel (81 RO).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2006:AV0035:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>10 februari 2006 </para>
      <para>Eerste Kamer</para>
      <para>Nr. C04/332HR</para>
      <para>JMH/RM</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[Eiseres],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>EISERES tot cassatie,</para>
      <para>advocaat: mr. P.S. Kamminga,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>t e g e n</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. [Verweerster 1],</para>
      <para>2. [Verweerder 2],</para>
      <para>beiden wonende te [woonplaats],</para>
      <para>VERWEERDERS in cassatie,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Het geding in feitelijke instanties</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerders in cassatie - verder te noemen: [verweerder] c.s. - hebben bij exploot van 5 november 1998, hersteld bij exploot van 3 december 1998, eiseres tot cassatie en haar inmiddels overleden echtgenoot - verder in enkelvoud te noemen: [eiseres] - gedagvaard voor de rechtbank te 's-Hertogenbosch en na wijziging van eis bij conclusie van repliek gevorderd bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:</para>
      <para>primair:</para>
      <para>1. voor recht te verklaren dat [verweerder] c.s. en [eiseres] op 7 maart 1994 een koopovereenkomst hebben gesloten voor de koopsom van ƒ 200.000,-- met betrekking tot de onroerende zaak, staande en gelegen te [plaats A] aan de [a-straat 1], kadastraal bekend [plaats B] [A] [001] gedeeltelijk; en</para>
      <para>2. [eiseres] te veroordelen om binnen zeven dagen na het te dezen te wijzen vonnis alle medewerking te verlenen, die vereist is om de voornoemde koopovereenkomst ten uitvoer te leggen, waaronder het passeren van de leveringsakte voor de notaris, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van ƒ 1.000,-- voor iedere dag dat [eiseres] in gebreke blijft hieraan te voldoen;</para>
      <para>subsidiair: </para>
      <para>[eiseres] te veroordelen om de onderhandelingen ten aanzien van de wijze van uitvoering en de nakoming van de koopovereenkomst met betrekking tot voormelde onroerende zaak te hervatten met benoeming van een notaris om de onderhandelingen te begeleiden.</para>
      <para>alles met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>[Eiseres] heeft de vordering bestreden en in reconventie gevorderd bij vonnis [verweerder] c.s. te veroordelen aan [eiseres] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen het bedrag van ƒ 115.534,58, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 8 oktober 1999.</para>
      <para>[Verweerder] c.s. hebben de vordering in reconventie bestreden.</para>
      <para>De rechtbank heeft bij vonnis van 18 mei 2001 in conventie de primaire vordering en de nevenvorderingen grotendeels toegewezen en in reconventie de vordering afgewezen.</para>
      <para>Tegen het vonnis heeft [eiseres] zowel in conventie als in reconventie hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. [Verweerder] c.s. hebben incidenteel hoger beroep ingesteld en daarbij hun vorderingen vermeerderd met advocaat-, betekenings-, notaris- en taxatiekosten.</para>
      <para>[Eiseres] heeft zich tegen de wijziging en vermeerdering van eis verzet, welk verzet het hof bij rolbeschikking van 7 mei 2002 ongegrond heeft verklaard.</para>
      <para>Bij tussenarrest van 11 maart 2003 heeft het hof [eiseres] in de gelegenheid gesteld bewijs te leveren en bij tussenarrest van 16 maart 2004 de zaak naar de rol verwezen. Bij eindarrest van 27 juli 2004 heeft het hof het vonnis van de rechtbank te 's-Hertogenbosch van 18 mei 2001, voor zover in conventie gewezen, bekrachtigd, [eiseres] veroordeeld aan [verweerder] c.s. te betalen een bedrag van € 467,89, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 19 september 2001, [eiseres] veroordeeld in de kosten van het principaal hoger beroep, de kosten van het incidenteel hoger beroep tussen partijen gecompenseerd, en het meer of anders gevorderde afgewezen.</para>
      <para>De arresten van het hof van 11 maart 2003, 16 maart 2004 en 27 juli 2004 zijn aan dit arrest gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Het geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen de vermelde arresten van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>Tegen de niet verschenen [verweerder] c.s. is verstek verleend.</para>
      <para>[Eiseres] heeft de zaak doen toelichten door haar advocaat.</para>
      <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van het middel</para>
    <para />
    <para>De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
    <para />
    <para>4. Beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>verwerpt het beroep;</para>
      <para>veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren E.J. Numann, J.C. van Oven, W.A.M. van Schendel en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 10 februari 2006.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>