<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2006:AU6931</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T20:00:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AU6931</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2006-02-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C04/317HR</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2006:AU6931" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2006:AU6931</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001830&amp;artikel=81&amp;g=2006-02-03">Wet op de rechterlijke organisatie 81</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JOL 2006, 66</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2006, 168</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2006/45</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2006:AU6931">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2006:AU6931</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T22:54:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2006-02-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2006:AU6931 Hoge Raad , 03-02-2006 / C04/317HR</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2006:AU6931:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geschil over de ontbinding zonder ingebrekestelling van een aannemingsovereenkomst (bouw destillatietoren e.a.), vervolg op HR 4 oktober 2002, NJ 2003, 257, geding na verwijzing (81 RO).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2006:AU6931:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>3 februari 2006</para>
      <para>Eerste Kamer</para>
      <para>Nr. C04/317HR</para>
      <para>JMH</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[Eiseres],</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats],</para>
      <para>EISERES tot cassatie,</para>
      <para>advocaat: mr. dr. J.H. van Gelderen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>t e g e n</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. [Verweerster 1],</para>
      <para>2. GLASSINSTRUMENTS B.V.,</para>
      <para>beide gevestigd te [vestigingsplaats],</para>
      <para>VERWEERSTERS in cassatie,</para>
      <para>advocaat: mr. G.C. Makkink.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Het geding in voorgaande instanties</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het verloop van het geding in voorgaande instanties tussen eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - en verweersters in cassatie - verder te noemen: [verweerster 1] en GI - verwijst de Hoge Raad naar zijn arrest van 4 oktober 2002, NJ 2003, 257.</para>
      <para>Bij dat arrest heeft de Hoge Raad het arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 31 oktober 2000 vernietigd en het geding ter verdere behandeling en beslissing verwezen naar het gerechtshof te Amsterdam.</para>
      <para>[Verweerster 1] en GI hebben bij exploot van 4 februari 2003 [eiseres] opgeroepen te verschijnen voor het gerechtshof te Amsterdam teneinde verder te procederen na verwijzing door de Hoge Raad.</para>
      <para>Bij arrest van 22 juli 2004 heeft het Hof:</para>
      <para>in het principaal appèl:</para>
      <para>- GI niet-ontvankelijk verklaard in haar appel van het vonnis waarvan beroep voorzover in conventie gewezen;</para>
      <para>- dit vonnis vernietigd voorzover het tussen [eiseres] en [verweerster 1] in conventie en tussen [verweerster 1] en GI enerzijds en [eiseres] anderzijds in reconventie is gewezen;</para>
      <para>en opnieuw rechtdoende:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in conventie</para>
      <para>- de vorderingen van [eiseres] afgewezen;</para>
      <para>in reconventie</para>
      <para>- de ten processe bedoelde, tussen [eiseres] en [verweerster 1] gesloten overeenkomst ontbonden;</para>
      <para>- [eiseres] veroordeeld tot vergoeding aan [verweerster 1] en GI van de door dezen geleden schade op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in conventie en reconventie</para>
      <para>- [eiseres] veroordeeld om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [verweerster 1] respectievelijk GI terug te betalen, hetgeen [verweerster 1] in conventie respectievelijk [verweerster 1] en GI in reconventie ingevolge voormeld uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis aan hoofdsommen, rente, proces- en executiekosten hebben voldaan, te weten een (totaal) bedrag van € 96.675,13 (ƒ 213.043,96) te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 6 maart 1998 tot op de dag van terugbetaling;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in het incidenteel appel</para>
      <para>- het beroep verworpen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in het principaal en incidenteel appel</para>
      <para>- [eiseres] veroordeeld in de kosten van het geding in eerste aanleg en in hoger beroep aan de zijde van [verweerster 1], respectievelijk [verweerster 1] en GI zoals in het arrest is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.</para>
    <para />
    <para>2. Het geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen het arrest van het Hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>[Verweerster 1] en GI hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.</para>
      <para>De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [verweerster 1] en GI mede door mr. R.L. Bakels, advocaat bij de Hoge Raad.</para>
      <para>De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van het middel</para>
    <para />
    <para>De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
    <para />
    <para>4. Beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>verwerpt het beroep;</para>
      <para>veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster 1] en GI begroot op € 2.421,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 3 februari 2006.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>