<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2005:AU7765</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T01:49:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AU7765</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2005-12-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C05/251HR</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2005:AU7765" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AU7765</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001827&amp;artikel=46&amp;g=2005-12-23">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 46</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001827&amp;artikel=63&amp;g=2005-12-23">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 63</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JOL 2005, 766</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2006, 33</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2005/451</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2005:AU7765">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2005:AU7765</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T22:56:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2005-12-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2005:AU7765 Hoge Raad , 23-12-2005 / C05/251HR</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2005:AU7765:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verstekverlening; cassatiedagvaarding aanvankelijk betekend ten kantore van de appel-advocaat van de niet-verschenen verweerders, verstekverlening na uitbrengen van herstelexploot dat wel aan de wettelijke eisen voldoet.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2005:AU7765:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>23 december 2005</para>
      <para>Eerste Kamer</para>
      <para>Nr. C05/251HR</para>
      <para>JMH</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Rolbeschikking</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[Eiser],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>EISER tot cassatie,</para>
      <para>advocaat: mr. E.F.A. Linssen-van Rossum,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>t e g e n</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. [Verweerster 1],</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats],</para>
      <para>2. [Verweerster 2],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>VERWEERSTERS in cassatie,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Het geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploot van 27 juli 2005 aan verweersters in cassatie - verder te noemen: [verweerster] c.s. - aangezegd dat hij beroep in cassatie instelt tegen het tussen partijen gewezen arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 28 april 2005 en [verweerster] c.s. gedagvaard te verschijnen ter terechtzitting van de Hoge Raad van 30 september 2005. Het exploot is betekend ten kantore van mr. E.R. Schenkhuizen, advocaat te 's-Gravenhage, door wie, volgens het exploot, [verweerster] c.s. laatstelijk vertegenwoordigd is geweest.</para>
      <para>[Eiser] heeft de zaak ter rolle van 30 september 2005 doen inschrijven.</para>
      <para>Geen der partijen zijn ter zitting van die dag verschenen. De zaak is voor beraad voortprocederen aangehouden tot de zitting van 14 oktober 2005.</para>
      <para>Ter zitting van 14 oktober 2005 is wederom niemand verschenen en is de zaak ambtshalve van de rol gevoerd.</para>
      <para>Op verzoek van de advocaat van [eiser] is de zaak ter rolle van 21 oktober 2005 geplaatst. Op die dag heeft [eiser] verzocht verstek te verlenen tegen [verweerster] c.s. en heeft de Advocaat-Generaal J. Spier geconcludeerd tot bepaling van een nieuwe rechtsdag voor hernieuwde oproeping van [verweerster] c.s., welke nieuwe rechtsdag is bepaald op 4 november 2005.</para>
      <para>Ter rolle van 4 november 2005 heeft de advocaat van [eiser] twee weken uitstel verzocht voor uitbrengen van twee nieuwe herstelexploten.</para>
      <para>Na een aanhouding van de zaak van twee weken voor uitbrengen van herstelexploten, heeft [eiser] twee herstelexploten doen inschrijven ter rolle van 18 november 2005 en heeft de Advocaat-Generaal schriftelijk geconcludeerd:</para>
      <para>- dat [eiser] uiterlijk 23 november 2005 in de gelegenheid wordt gesteld stukken over te leggen als bedoeld onder 11 van deze conclusie, en</para>
      <para>- dat de zaak wordt aangehouden tot de zitting van 25 november 2005 voor de definitieve conclusie over de vraag of verstek kan worden verleend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter rolle van 18 november 2005 is de zaak voor de laatste maal aangehouden tot de zitting van 2 december 2005 voor conclusie op verstek.</para>
      <para>Ter terechtzitting van 2 december 2005 heeft de advocaat van [eiser] schriftelijk gereageerd op voormelde conclusie van de Advocaat-Generaal, waarna de Advocaat-Generaal schriftelijk heeft geconcludeerd tot verstekverlening.</para>
      <para>De conclusies van 18 november 2005 en 2 december 2005 zijn aan dit arrest gehecht.</para>
      <para>De rolraadsheer heeft de zaak verwezen naar de eerste meervoudige kamer van de Hoge Raad voor beslissing op de verzochte verstekverlening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Beoordeling van het verzoek om verstekverlening</para>
    <para />
    <para>Het exploot van 27 juli 2005 voldoet niet aan de eisen, vermeld in de Zesde afdeling van de Eerste titel van Boek 1 Rv., in het bijzonder niet aan die van art. 63 lid 1 en art. 46 lid 1 Rv. Uit geen der overgelegde gedingstukken van de procedure in hoger beroep blijkt immers dat [verweerster] c.s. in de vorige instantie woonplaats gekozen hebben ten kantore van mr. Schenkhuizen, terwijl ook anderszins niet blijkt, ook niet uit de door de advocaat van [eiser] overgelegde brief van mr. Schenkhuizen van 16 januari 2004, dat [verweerster] c.s. bij hem domicilie hebben gekozen. Uiteindelijk heeft [eiser] evenwel, nadat hij daartoe op de voet van art. 121 lid 2 Rv. in de gelegenheid was gesteld, een herstelexploot doen uitbrengen dat aan de wettelijke eisen van art. 46 lid 1, onderscheidenlijk art. 50 Rv. voldoet. Daarop is namens [verweerster] c.s. niemand verschenen, zodat verstek behoort te worden verleend.</para>
    <para />
    <para>3. Beslissing:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>verleent tegen [verweerster] c.s. het gevraagde verstek.</para>
      <para>verwijst de zaak naar de rolzitting van 6 januari 2006 voor voortprocederen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Deze beschikking is gegeven door de raadsheer E.J. Numann, lid van de Eerste meervoudige Kamer, en door deze uitgesproken ter rolzitting van 23 december 2005.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>